Verbeelding als verzet

Regisseurs Michael De Cock (MD) en Junior Mthombeni (JM) werken samen aan een eigentijdse versie van L’Homme de La Mancha. Anna Luyten gaat met hen in gesprek. “Deze musical gaat over de bedreiging van mensen die gevoeligheid en verbeelding opzoeken.”

L’Homme de La Mancha is een Broadway-musical uit de jaren zestig, vertaald en bewerkt door Jacques Brel voor de Muntschouwburg in Brussel in 1968. Wat is daar vijftig jaar later nog zo fascinerend aan?

MD: De mens die lijkt te laveren tussen waanzin, verbeelding en droom blijft een interessant gegeven. Bovendien zitten er vele lagen in deze musical. De basis is het repertoire van Miguel de Cervantes, met zijn boek Don Quichot. In het zeventiende-eeuwse Spanje schrijft Cervantes uit het niets een boek. Zijn verhaal raakt iets dieps. Iedereen begrijpt het en in de loop van de vier volgende eeuwen gaat Don Quichot zowat tot de oercanon van de Europese literatuur behoren. Don Quichot wordt ook als één van de eerste romans beschouwd. De hoofdpersonages Don Quichot, zijn knecht Sancho Panza en de droomvrouw Dulcinea worden werelderfgoed.

Lang na het boek kwam de musical uit in 1965, een toneelbewerking van Dale Wasserman. Jacques Brel zag die op Broadway en vertaalde vervolgens de liedjes van Joe Darion. Hij regisseerde de musical in De Munt en vertolkte zelf het personage Don Quichot. Het lied La Quête kennen de meeste mensen wel. Ook wie de musical niet kent: Rêver un impossible rêve / Porter le chagrin des départs / Brûler d’une possible fièvre / Partir où personne ne part…

Junior en ik gaan nu op zoek naar wat die canon kan betekenen vandaag: in Brussel, in de stad, in de wereld.

 

Kozen jullie ook bewust voor de musical als vorm?

JM: Ik zie iedereen denken: "Een musical, Junior?" Maar het voelt als een guilty pleasure want ik heb affiniteit met het genre. Mijn moeder is pianiste en operettezangeres geweest. Op haar achttiende won ze een prijs bij de BRT (zoals de VRT toen nog heette, red.). Mijn vader vond die operette maar vreemd. Uiteindelijk is mijn moeder er ook mee gestopt. Thuis zong ze wel nog vaak en ik vond dat ongelooflijk mooi. Wij willen zeker geen cynische commentaar geven op het musical-genre. Het is veel interessanter om je af te vragen wat je in deze tijden kan doen met die mengvorm van theater en muziek in een stad als Brussel, waar zoveel muzikale werelden samenkomen. 

MD: We willen dit verhaal brengen en zoeken naar goede manieren om dat te doen. Hoe verhoud je je tegenover de tekst? Wanneer spreek je en wanneer zing je? Naar wie kijk je en met wie zing je? Wij zingen samen en dat is goed voor de groep. Beeld je eens in dat we allemaal onze dag zouden beginnen met een half uur samenzang.

JM: Iedere repetitie beginnen wij met een gezamenlijke traditionele murga-zang uit Uruguay. 

MD: Murga is een volkse traditie uit Latijns-Amerika waarbij mensen samen zingen, marcheren en feestvieren in de straten. Iedere wijk heeft zijn murga. Gerardo Salinas, stadsdramaturg bij de KVS en dramaturg van L'Homme de La Mancha, had murga al eerder binnengebracht in België. En omdat het groepsgebeuren bij ons zo belangrijk is, hebben we Uruguayaanse murga-veteraan Eduardo Lombardo gevraagd om elke dag te komen werken met onze groep. Door samen te zingen en samen ritmes te maken, creëren we een gemeenschappelijke taal. De groep die wij samenbrachten had aanvankelijk weinig gemeenschappelijks. Er zijn mensen bij die op het conservatorium klassieke zang studeerden – een heel doorgedreven specialisering in één discipline. En er zijn mensen bij zoals Nadine Baboy, die uit de urban dance en slam-scene komen, selfmade zijn en barsten van het talent en de présence. Het komt er dan op aan uit te zoeken hoe je die mensen zover krijgt dat ze door het vuur gaan voor elkaar en het verhaal écht samen vertellen. 

 

Jullie hebben eerder al samengewerkt in Malcolm X, Hannibal, Troost, Reizen Jihad, Drarrie in de Nacht, ... Wat maakt de chemie tussen jullie zo sterk?

JM: Ik geloof in de fantasie van Michael. We lopen elkaar nooit in de weg tijdens een productie. Hij brengt echt iets bij en de flow tussen ons zit goed. We hebben weinig woorden nodig om te zien wat er aan de hand is. Het is voor mij altijd duidelijk wat Michael zegt. En dan staat het me nog altijd vrij daar al dan niet akkoord mee te gaan.

MD: Vertrouwen, kwetsbaarheid en verbeelding, die maken de chemie zo krachtig. Er zijn aspecten in het werk waarvan ik weet dat Junior er beter in is dan ik. Dat heeft als gevolg dat ik dingen durf waarvoor ik normaal gezien terughoudend ben. Omdat ik me gesteund voel. Zo’n vertrouwen in elkaar  betekent veel. Als ik op een bepaald moment aan de grens zit, weet ik dat er van Junior nieuwe input komt. 

Ook het sociale aspect voelen wij met twee goed aan. Er staan een dertigtal mensen op scène, een grote groep dus waarin veel gevoeligheden samenkomen. Daarmee omgaan en die sociale energie aanwenden, daar zijn we graag mee bezig. En ’s avonds, na de repetitie, is er altijd wel iemand om tegen te lullen of je gedachten mee te ordenen.

 

In de musical vechten de personages tegen alle onzorgvuldigheden en vooral de laksheid in de maatschappij. Hun dromen en alle vormen van verbeelding zijn hun sterkste verzetswapens. Is dat wat het stuk nu zo belangrijk maakt: laat de verbeelding zegevieren?

JM: Zeker. Het is fantastisch om vandaag als een Don Quichot tegen het cynisme in te gaan, om toch te durven gaan voor wie en wat je bent. Soms merk ik dat we als speler, als maker, als mens, ook even die Don Quichot opzoeken. Daarom kozen we ook voor deze gemengde cast. Hun werelden lijken op het eerste zicht te verschillend, maar toch kunnen we samen iets moois maken. 

MD: Een paar weken geleden trokken we met de cast naar Spanje om naar de windmolens in de buurt van Madrid te gaan kijken. Klassiek geschoolde zangers, sopraanzangeres Ana Naqe die de rol van Dulcinea op zich neemt, acteur en Brel-zanger Filip Jordens, en hiphop- en soulzanger Junior Akwety, zij hebben compleet verschillende manieren om met zang om te gaan. Maar het is wonderlijk hoe de groep, door elkaar beter te leren kennen, een kracht genereert. 

 

Hoeveel Don Quichot en hoeveel Sancho Panza zit er in jullie?

JM: Er zit zeker een Don Quichot in mij. Als mensen zeggen: ‘Gast, doe dat nu toch niet’, dan ga ik door. Ik geloof dat als je iets doet, je de wereld kunt veranderen. Ik wil koppig blijven doorgaan en durven. Maar ook Sancho zit in mij: ik denk dat ik de wereld wil veranderen…

MD: Brel zei ooit in een interview: "Iedereen heeft Don Quichot in zich, of dat hoop ik tenminste." Kunst heeft in wezen een Don Quichot-gehalte. Als je visionair wil zijn en iets wil veranderen, moet je die onmogelijke droom blijven najagen. Wat Junior daarnet zei, vat het voor mij goed samen: Sancho Panza en Don Quichot zijn een afsplitsing van elkaar. Ze vormen een parodie op de tegenstelling meester/knecht, maar – wat ik belangrijker vind – ook een manier om naar het leven te kijken: de verrijkende, dromende manier en de beperkende, rationaliserende manier.

Je zou kunnen zeggen dat deze musical gaat over de verdrukking van mensen die gevoeligheid en verbeelding opzoeken. Iedereen roept dat we out of the box moeten denken en creatieve oplossingen moeten zoeken. Maar zelfs dat wordt steeds meer geïnstrumentaliseerd – alsof het een recept is. In werkelijkheid is er nog maar weinig ruimte voor vrijheid. Iemand zei onlangs nog tegen me: "Cultuur is de kers op de taart, eerst moeten we uit deze crisis raken en dat kunnen we alleen doen met bankiers en ingenieurs." 

 

Zit er ook een Dulcinea in jullie?

JM: Natuurlijk. Het idee van dat falen. Al die stemmen in je hoofd. Dulcinea zegt: "Ik kan dit niet, ik kan dat niet", en Don Quichot overtuigt haar steeds opnieuw: “Maar jawel!"

MD: "Je suis née comme une chienne", zingt Dulcinea in L'Homme de La Mancha. Het doet mij erg denken aan het nummer Seeräuber Jenny uit de Driestuiversopera van Bertolt Brecht. Het beschrijft het leven van de verschoppeling, zij die verstoten is door de maatschappij en zich dat heel goed realiseert. Dulcinea heeft het dromen opgegeven. Ze is zo diep geraakt dat er een soort angst in haar heerst. Ook dat herkennen we allemaal.