Stadsdramaturgie

Wat een stadsdramaturg is, kan zelfs Google u niet leren. Het is een gloednieuw woord en het is meteen een van de symbolen van de vernieuwde KVS. Maar laten we ze eerst eens voorstellen aan het grote publiek. 

"Ik ben relatief nieuw in de cultuurwereld", zegt Tunde Adefioye bescheiden. Daarmee doet hij zichzelf oneer aan. Tunde stampte 7 jaar geleden Urban Woorden uit de grond. "Ik werkte toen aan de universiteit van Leuven aan mijn doctoraat in de chemische informatica. Een totaal andere wereld. Maar ik merkte dat het uitgebreide culturele leven van Leuven een grote groep mensen niet bereikte. En ik miste de urban cultuur, die me heel hard had geraakt in de VS. Twee jaar voor ik naar Europa kwam, zag ik in San Francisco een stuk dat dans, slampoetry en muziek samenbracht in een vooraanstaand cultuurhuis. Een absoluut wauw-moment. Onbewust is die ervaring me altijd bijgebleven. Omdat ik merkte dat er grote nood was aan urban cultuur, zijn we naar de parken en scholen getrokken. We hebben niet gewacht tot we toegang kregen tot de scholen, maar spraken jongeren aan voor de schoolpoort. De traditionele cultuursector vond dat een vreemde aanpak. Voor mij was het evident. We lieten bijvoorbeeld elke vrijdag jonge mc's samenkomen om hun rap en ervaringen met elkaar te deln, of we bespraken boeken in een safe space."

"In Buenos Aires heb ik letterkunde en geneeskunde gestudeerd. We hebben een gemeenschappelijke wetenschappelijke achtergrond, Tunde", lacht Gerardo Salinas. "Op vlak van kunst heb ik vanalles uitgeprobeerd in Argentinië, maar het bleef wel altijd een bijberoep zoals bij de meeste kunstenaars. Hier kwam ik aan met de blik van een buitenstaander en dat was één van de eerste dingen die me opvielen: je kan hier leven van je kunst. Als je in Buenos Aires zegt : ik ben een danser, dan zeggen ze meteen: dat is leuk, maar wat doe je als beroep? Je bent dus je eigen mecenas. Dat bezorgt je meteen wel een grote vrijheid. Maar hier zag ik op een kleine oppervlakte een enorme rijkdom aan podia en cultuurhuizen. Dat was mijn wauw-gevoel."

RA: Je hebt uiteindelijk van kunst je beroep kunnen maken? 

GS: De naam van mijn eerste job in Vlaanderen was: allochtone cultuurfunctionaris. Probeer als nieuwkomer maar eens te begrijpen wat "allochtoon" wil zeggen. Eerst dacht ik dat alleen mensen als ik allochtoon waren, elders geboren maar hier terechtgekomen. Tot ik zag dat mensen die hier al drie generaties wonen ook allochtonen zijn, terwijl andere nieuwkomers geen allochtonen genoemd worden. 

RA: De allochtone cultuurfunctionaris begreep het begrip allochtoon niet.

GS: (Lacht) "Ik heb het leren begrijpen en ik begon langzaam ook de cultuursector te begrijpen. Ik werkte bij De Warande in Turnhout en bij wat nu Moov heet. Maar tegelijk had ik als voorzitter van de Latijns-Amerikaanse federatie een netwerk van Latijns-Amerikaanse contacten in Antwerpen. En ik zag dat die twee werelden geen enkel contact hadden met elkaar. Aan de ene kant heb je die rijkdom aan infrastructuur en aan de andere kant die energie van dat middenveld en die raken elkaar totaal niet. Ik heb er alles aan gedaan om tools te ontwerpen die die twee werelden kunnen samenbrengen. Samen met veel mensen hebben we zo uiteindelijk het Mestizo Arts Festival, kortweg MAF, vorm gegeven."

Kristin Rogghe had al dramaturge op haar visitekaartje staan en bouwde in t,arsenaal het project GEN2020 uit. "In alles wat ik deed, vond ik het belangrijk om samen te werken met mensen uit verschillende werelden. Een voorstelling was altijd een zoektocht."

RA: En nu van dramaturgie naar stadsdramaturgie. Wat moeten we ons daarbij voorstellen?

KR: Stadsdramaturgie is een neologisme, een nieuw woord voor een nieuwe ontwikkeling. We stellen een paar definities voorop, maar de betekenis zal pas echt vorm krijgen doorheen onze praktijk de komende jaren. Stadsdramaturgie is de lens waardoor we niet alleen concrete creaties, maar de hele werking en programmatie van KVS bekijken. We gaan aan de slag met Brussel, maar ook met andere grootsteden en meer algemeen met het concept van ‘nieuwe stedelijkheid’ en alles wat dat op artistiek vlak te bieden heeft. 

GS: Nieuwe stedelijkheid beschrijft voor mij het unieke moment in de geschiedenis waarin wij ons bevinden. Migratiestromen zijn er altijd geweest, maar nooit eerder hadden we de communicatietechnologieën van vandaag. Daardoor blijven mensen in contact met elkaar over alle grenzen heen en kan informatie razendsnel circuleren. Zo krijg je in hedendaagse grootsteden een nooit geziene concentratie aan kennis en ervaringen van over de hele wereld. Ik geloof dat daarin een enorm potentieel schuilt, waarvan we op dit moment maar een fractie inzetten. Om gegevens optimaal te gebruiken moet je natuurlijk de drager ervan vertrouwen - in dit geval dus de migrant. Stel je voor wat er kan gebeuren als we al die menselijke rijkdom in de stad ten volle benutten! Door artistieke concepten, interventies en creaties kunnen we dat potentieel onderzoeken. 

KR: En waar kan dat beter dan in Brusssel, een ‘aankomststad’ bij uitstek? 

RA: Wat hebben jullie met Brussel?

GS: Het is niet de KVS die mij overhaald heeft om deze nieuwe stap in mijn carrière te zetten, maar wel Brussel zelf. Deze stad in al haar chaos. Je hebt geregisseerde en organische steden. Antwerpen hoort bij die eerste categorie. Brussel is, net als Buenos Aires, een toonbeeld van de tweede. Er zijn wel een paar richtlijnen, maar de chaos domineert. Dat past bij mij, omdat ik voortdurend vernieuwing zoek en zelf een kracht van vernieuwing ben. 

TA:  Ik vond het confronterend om te horen dat er kritiek was op het feit dat wij van buiten Brussel komen. Natuurlijk bepaalt een stad jouw identiteit en het kan problematisch zijn dat een buitenstaander jouw stad vertegenwoordigt in de grote instellingen. Maar ik woon in Brussel. Ik voel dat het een supercomplexe stad is. Brussel is ook belangrijk binnen het Europese verhaal, want deze stad toont ons de weg naar de toekomst.

KR: Ik heb altijd gedacht dat ik in het buitenland zou terechtkomen, maar in Brussel vond ik een thuis. Ik heb gewoond in Anderlecht, Schaarbeek, Molenbeek, Brussel-centrum, Sint-Joost en Sint-Gillis, dus ik heb wel een idee van de Brusselse realiteit. En die is, geloof me, niet wat de mainstream media daarvan maken. Ik heb tussendoor ook een jaar in New York gewoond, wat mijn liefde voor Brussel alleen maar heeft vergroot. Brussel is even kosmopolitisch, maar op een kleinere oppervlakte. 

RA: Ik heb zelf Le Space geopend omdat ik me niet thuis voelde in de traditionele cultuurhuizen en omdat ik zie dat veel artiesten en culturele organisaties zich dakloos voelen. Le Space is voor mij een laboratorium voor de nieuwe hybride cultuur die in onze steden ontstaat. Ik begrijp bijvoorbeeld niet dat de overheid verwacht dat cultuurorganisaties in deze stad vijfjarenplannen moeten maken waarin ze alles vastleggen. Brussel is dit jaar alleen al drie keer helemaal veranderd. Eerst door de komst van de nieuwe vluchtelingen, daarna door de lockdown na de aanslagen in Parijs en op 22 maart door de aanslagen in de metro en in Zaventem. Daar sta je dan met je langetermijnplanning. 

KR: Vooral het eerste jaar moet concreet uitgewerkt worden in die plannen. Maar zelfs dan klopt het dat je niet alles een jaar op voorhand kan vastleggen. Daarom hebben wij ook de stadsdramaturgie in het leven geroepen: juist om die veranderlijkheid op te vangen en ruimte te creëren voor alles wat niet in een hokje past. 

GS: Je moet rond je huis een membraan bouwen dat doordringbaar is. Traditionele instellingen houden van zekerheid en verworvenheden. Hoe je dan vernieuwing creëert? Door durven nieuwe dingen te proberen. Elke vernieuwing betekent risico’s nemen. Als je altijd het zelfde herhaalt dan krijg je altijd dezelfde resultaten. Maar weet je, door de jaren heen ben ik ook de conservatieve krachten gaan appreciëren. Het gaat om het evenwicht tussen die twee. Die instelling is maar een vehikel, die gebruik je om je te verplaatsen. Ok, de KVS is een Porsche, maar het blijft een vervoermiddel, geen bestemming.

RA: Volgens mij komt vernieuwing altijd uit de marge. Waarom geloven jullie dat een instituut als de KVS een rol kan spelen in de vernieuwing van de cultuursector?

TA: Mensen uit de marge en de grote huizen moeten consequent in dialoog staan. Net uit dat gesprek kunnen nieuwe dingen ontstaan. 

KR: Als een instituut zich voortdurend in vraag stelt en nieuwe artiesten omarmt, dan krijg je vernieuwing. Mensen met verschillende referentiekaders krijgen een centrale plaats in de nieuwe KVS en ook dat is vernieuwing. Mesut Arslan zoekt als regisseur bijvoorbeeld bewust naar nieuwe vormen en verhoudingen tussen spelers en publiek. Hij zal Nachtelijk Symposium, een stuk Vlaams repertoire van Erik Devolder, plaatsen in een grote houten arena van hedendaags beeldend kunstenaar Lawrence Malstaf. Makers als Junior Mthombeni en Fikry El Azzouzi zetten dan weer verhalen en thema’s op de agenda die leven in de straat, maar zelden op het grote podium geraken. In hun Malcolm X zullen topmuzikanten van Brussels Jazz Orchestra de scène delen met o.a. de indrukwekkende spoken word-artiesten van Poetic Pilgrimage, én een zangeres die momenteel via een open auditie wordt gecast. 

RA: Jij hebt het in je teksten over kunst vaak over dekoloniseren. Is dat ook een taak voor de stadsdramaturgen?

KR: Dekoloniseren is een taak van iedereen. Het betekent je perspectief veranderen. Je moet stoppen met de wereld van  bovenaf te bekijken maar je verbinden met mensen en stromingen die van onderuit kijken. Vaak ontdek je dan dat de intessantste standpunten niet aan bod komen. Als stadsdramaturgen van een grote instelling kunnen we daar zeker een rol in spelen: we moeten op zoek gaan naar die blinde vlekken. 

TA: De helden uit landen als Congo en Marokko zijn ook onze helden. Onlangs was de avond in het Kaaitheater rond de overleden Marokkaanse feministe Fatima Mernissi helemaal uitverkocht. Ik was blij dat dat werd georganiseerd en dat het zo’n succes werd. Er zijn nog veel inspirerende denkers, schrijvers en kunstenaars die meer ruimte moeten krijgen. Mensen die ons begrip van onszelf en onze geschiedenis verbreden. Dat creëert verandering. Voor de eerste SLOW(Slam Our World)-sessie in KVS hebben we bijvoorbeeld de Brits-Egyptische Sabrina Mahfouz uitgenodigd, een rijzende ster in de Angelsaksische theaterwereld. 

RA: Ik vertrouw jullie omdat ik jullie al vaak tegen het lijf liep. Daardoor ken ik jullie parcours. Maar wat doe je met mensen die grote instellingen wantrouwen?

KR: Ik ken dat wantrouwen en ik heb er ook begrip voor. Ik weet waar het vandaan komt. Het helpt hopelijk dat we mooie woorden gaan vervangen door samen dingen te doen, te maken.

GS: Onze zoektocht zal vooral eerlijk zijn. Dingen als het MAF, Le Space en Urban Woorden moeten blijven bestaan. Een mastodont als de KVS kan nooit de finesse van die alternatieve werkingen vatten. Grote instellingen die de marge willen opslorpen,  dat is ook een vorm van kolonialisme. In geen duizend jaar zal ik dat laten gebeuren. 

RA: Om zo'n vertrouwensband op te bouwen zijn de eerste stappen heel belangrijk. 

TA: Voor mij is het eigenlijk omgekeerd. Ik kom uit die wereld die je beschrijft. Ik ga tijd nodig hebben om het grote huis gewoon te worden. Wat we doen, zal afhangen van de noden en vragen van wie we ontmoeten: de jonge stedelingen, de kunstenaars...

GS: Geef ons de tijd om de mensen te leren kennen. Met alle liefde en respect die wij hebben voor wat ze doen. 

Auteur: Rachida Aziz
Foto: © Nawal Cheikh Ali

Rachida Aziz is opiniemaker, modeontwerpster en oprichter van Le Space, een bruisende culturele plek in de Dansaertwijk. Ze ontving er Tunde Adefioye, Kristin Rogghe en Gerardo Salinas, de kersverse stadsdramaturgen van de KVS.