Stadsdramaturg Tunde Adefioye over intersectionaliteit

In de jaren '80 bedacht Kimberlé Crenshaw, professor law and critical race theory aan de Columbia University en UCLA, de term intersectionaliteit, die de discriminerende situatie waarmee vrouwen van kleur worden geconfronteerd beter omvat. In antwoord op toenmalige rechtsvragen, stelde zij dat het niet voldoende was om te kijken naar het geslacht of de etniciteit van deze vrouwen, maar dat men, teneinde een meer representatieve weergave van hun situatie te bekomen, de intersectie (snijpunt) van hun identiteiten moest in acht nemen.

De aanname die hier vaak gemaakt wordt, is dat iedereen zich in een vergelijkbare situatie bevindt. Dit maakt dat belangrijke factoren worden uitgesloten en dat de rol die maatschappelijke structuren spelen in de maatschappelijke positie van een persoon minder belang gegeven worden. Zo zouden sommigen het er bijvoorbeeld mee eens zijn dat er niet genoeg vrouwelijke theatermakers in de Belgische samenleving zijn. Dat dat misschien meer te maken heeft met structuren van ongelijkheid dan met de onbekwaamheid van vrouwen om theater te maken - met een beperkt aantal vrouwen in de theaterwereld als gevolg - zouden ze echter niet erkennen. Intersectionaliteit gaat echter nog enkele stappen verder, en neemt ook de factoren die vrouwen van kleur bij deze instellingen weghouden in aanmerking. Een analyse van de programmering is hier van essentieel belang, waarbij gezocht wordt naar elementen die uit het debat worden gehouden. Volgens Kimberlé Crenshaw gaat intersectionaliteit “niet in de eerste plaats over identiteit, het gaat over hoe structuren bepaalde opvattingen het gevolg maken van het instrument voor kwetsbaarheid...”. Waar er uiteindelijk rekening mee moet worden gehouden, is zowel de context als de institutionele structuren die bijdragen tot de uitsluiting van een aantal mensen ten opzichte van andere.

Crenshaw's definitie is afgeleid van de Critical Race Theory en stelt vragen bij wie toegang heeft tot volledige deelname aan de samenleving en het creëren van kennis. Kennis die wordt gewaardeerd binnen de grotere samenleving. Er bestaat een impliciete “neutraliteit” met betrekking tot een bepaalde kennis en het creëren van die kennis. Een referentiepunt waarmee al het andere wordt beoordeeld. Zo wordt het zien van een stuk van een of andere blanke mannelijke "theaterheld" de referentie waarmee we de kwaliteit van andere producties beoordelen. In de zin dat wanneer we een stuk van iemand anders zien, laten we zeggen van een vrouw van kleur, en we besluiten dat "dit niet zo goed is als het eerdere stuk van die theaterheld", dan staan we niet stil bij de verdeling van middelen. Wat zijn de aspecten die hebben geleid tot de "grootsheid" van het stuk waar we mee vergelijken? Zijn er verschillen waar rekening mee moet worden gehouden? Verder moet een herverdeling van middelen op drastische wijze gebeuren. welke collectieve geschiedenis heeft geleid tot de bereikte “grootsheid”? Welke reeks privileges bestaan er die het mogelijk maken dat iemand de ladder kan opklimmen terwijl anderen op elke rang van de ladder obstakels vinden? 

Ook moeten culturele instellingen, theatercritici en financieringsorganen de manier waarop ze de kwaliteit van een cultureel product meten herzien, alsook wie als goed genoeg wordt beschouwd om de ruimtes van de "hoge kunstinstellingen" te mogen sieren.

Hoe ziet een lichaam/gezicht eruit wanneer het moet zien om te gaan met patriarchaat, seksisme, transfobie en armoede? Als culturele instelling of organisatie is het onze plicht om ons vertrouwd te maken met deze en andere soorten onderdrukking als we individuen en hun kunstpraktijk beter willen ondersteunen, zelfs als ze te maken hebben met meerdere van deze elkaar kruisende obstakels. Inspanningen om de mal te breken en te sensibiliseren, om onszelf en onze instellingen inzicht te geven, zal uiteindelijk leiden naar een schat van creaties die de diepte van zowel het individu als groepen van mensen exploreren. Het zal nieuwe soorten producties mogelijk maken die ons naar de grenzen van het theater en een culturele wereld die we nooit voor mogelijk zouden hebben gehouden voeren.

In een recent interview tijdens het WOW festival in londen, zei Angela Davis dat we moeten blijven zoeken naar nieuwe begrippen buiten de intersectionaliteit. Met andere woorden, we moeten streven naar het creëren van een terminologie die het best ons complexe bestaan kan bevatten. Door de snijpunten in de realiteit van individuen beter te begrijpen, worden wij als theater beter in staat om het theater meer toegankelijk te maken voor individuen van verschillende gemeenschappen, onder meer door met hen samen te werken. Niet alleen om die personen het theater te laten bijwonen, maar ook om ze uiteindelijk theater te laten maken dat ons begrip van de samenleving verruimt.

Brussels, intersectionaliteit, Tunde Adefioye