Risjaar Drei

Toneelhuis & Olympique Dramatique

Risjaar is afstotelijk. Hij is prematuur geboren, onaf. Hij is misvormd, hij mankt en hij is lelijk als de nacht. Tijdens de Rozenoorlogen die plots uitbraken na de dood van Hendrik Vijf, heeft Risjaar als een beest gevochten voor zijn familie, aan de zijde van zijn broer Edwaar. En nu is Edwaar koning, dankzij een aantal brutale politieke moorden, uitgedacht door zijn kreupele broertje. Maar het einde van de oorlog brengt voor Risjaar niet de lang verhoopte rust.  

Risjaar kent geen vrede. Zijn afkeer voor de mensheid, waar hij nooit echt bij zal horen, zit te diep gebakken. Er is integendeel iets geboren, iets aangewakkerd. Een inzicht. Een drift, een gewetenloze ambitieuze honger. Een mogelijkheid om boven zichzelf uit te stijgen: “Agge ne klootzak zoekt, ksallekikkem wel spelen.” 

Tom Dewispelaere en Stijn Van Opstal brachten – na AUGUSTUS ergens op de vlakte – weer een absolute topcast bij elkaar.

Richard III is een van Shakespeares vroege stukken, voor het eerst opgevoerd rond 1593. Shakespeare is nog jong – ongeveer 28 – maar hij schept meteen een van de meest memorabele monsters uit de literatuur. Richard III heeft sindsdien niets van zijn glans en aantrekking verloren. Wat hem mee zo aantrekkelijk maakt, is zijn bevrijde en ongegeneerd vrolijk tentoongespreide amoraliteit. Schaamteloze onmenselijke meningen klonken nooit zo lekker. 

Maar het stuk is meer dan een karakterschets van een psychopaat in wording. Het is vooral een portret van een elite, een klein groepje machthebbers dat de politiek heeft gereduceerd tot een spel, een schaakspel in achterkamers en wandelgangen. Uit verband gespeeld door onderlinge strijd en ambitie vormt dit de ideale voedingsbodem voor de sluwste, de handigste, de meest eloquente, de meest meedogenloze onder hen, om uit te groeien tot een perverse dictator. Macht als doel. Maar wat met die macht eens ze verworven is?
 

Tis nu dat de winter vant malcontentement
nen dreizestig toer hee gepakt
en nen hete zweetzomer wier
deur die zon van York                                                          
m’n bruur Edwaar
de keuning                                                          
maar zegt maar Eddy
En alle donderwolken die ons dak deden daveren
zijn verzopen in de zilte zwarte zee
Wij sieren ons vandaag den dag met speekmadolles
en ons blaffers rusten in ons nachtkas
den oorlogsroep is vervangen deur de gangnam style
en ons GI Joe’s dansen godverdomme travolta
rond nen discopaal
Den oorlog is passé
Ons combatshoes aan den haak 
ontdaan van modder
opgeblonken met zwarte patinee
En de big bad boys
al huppelend op zwarte lakézolen
hoeren en boeren lijk zot 
hun fluiten achterna

Duur
150
Prijs
20 (cat.1) / € 17 (cat.2)
reductie
17 (cat.1) / € 13 (cat.2) / € 9 (-26)
Categorie
Theater