Over L’homme de La Mancha

Filip Jordens vertolkt de beroemdste Belgische chansonnier én de man die tegen molens vocht

Jacques Brel zong nooit nummers van iemand anders. Jamais. Waarom zou hij ook, als hij schijnbaar moeiteloos parels als Ne Me Quitte Pas, Les Flamandes, Le Plat Pays en Bruxelles uit zijn mouw schudde. En toch maakte de bekende chansonnier in zijn leven ooit één uitzondering: voor een Amerikaanse musical over Don Quichot, Man of La Mancha, die hij ook zelf naar het Frans vertaalde nadat zijn vrouw hem de rechten cadeau deed voor zijn verjaardag. ‘Le grand Jacques’ – die in zijn prille beginjaren optrad onder de naam Berel, een anagram van ‘rebel’ – voelde zich verwant met Don Quichot: de dromer die tegen windmolens vocht; de dolende ridder die onrecht de wereld uit wou helpen; de idealist die Hoffelijkheid, Dapperheid, Onbaatzuchtigheid en Rechtvaardigheid hoog in het vaandel droeg… en die op bitter weinig begrip kon rekenen. Brels L’Homme de La Mancha ging in 1968 in première, en het liep meteen storm. Uiteindelijk zou de Grootste Belg zijn musical zo’n 175 keer vertolken in Brussel en Parijs, tot hij compleet uitgeput (en zo’n 10 kilo lichter) de handdoek in de ring moest gooien. 50 jaar na de première waagt de gelauwerde Brel-vertolker Filip Jordens zich aan dit meesterwerk. Hij wordt Brel én de man van La Mancha.

De moderne literatuur begint … hier!
Voor een beter begrip van de voorstelling die u vanavond te zien krijgt, moeten we niet alleen terugspoelen naar de succesmusical van Brel (1968) of naar de Amerikaanse versie waarop die gebaseerd was (1965), maar ook naar de beroemdste roman uit de Spaanse literatuur. Alles begon namelijk met Don Quichot van La Mancha van Miguel de Cervantes (1605). Dit meesterwerk wordt weleens ‘de eerste moderne roman’ of zelfs ‘de Spaanse Bijbel’ genoemd. 

Die grootse titels heeft Don Quichot onder meer te danken aan de radicale manier waarop het als komisch-realistisch verhaal de ridderlijke tradities en middeleeuwse romanformules te kakken zet en vermengt met een soort metafictie dat we eerder associëren met de jaren 1960 (denk aan zelfbewuste romans als The Crying of Lot 49 van Thomas Pynchon of Lost in the Funhouse van John Barth). In het tweede deel van Don Quichot komen het titelpersonage en zijn metgezel Panza bijvoorbeeld allerlei figuren tegen die hen herkennen omdat ze het eerste deel gelezen hebben. 

Iedereen zot van/door Don Quichot
Don Quichot was een schot in de roos, maar ondanks een sterke verkoop flirtte Cervantes continu met het bankroet (geholpen door zijn uitgever, die creatief was in het verdelen van de opbrengst). De auteur leek op andere vlakken evenmin voor het geluk geboren. Hij was bijvoorbeeld betrokken bij de Slag bij Lepanto. Deze zeeslag hield duidelijk meer risico’s in dan het gelijknamige spelletje: de auteur raakte verlamd aan zijn linkerhand. Cervantes bracht bovendien een vijftal jaar door als slaaf in Algiers en belandde meermaals in de Spaanse gevangenis. De overlevering wil dat hij Don Quichot achter de tralies begon te pennen. 

Don Quichot diende onder meer als inspiratiebron voor Madame Bovary van Gustave Flaubert, De Idioot van Fjodor Dostojewski en Les mots et les choses van Michel Foucault. Terry Gilliam, het Monty Python-lid dat zijn passieproject The Man Who Killed Don Quixote pas na een dramatische voorbereidingsperiode van dertig jaar in de cinemazalen kreeg, liet zich ooit ontvallen: “Als je een film maakt over Don Quichot, word je even gek als Don Quichot.” Toch zette ook de Amerikaanse auteur Dale Wasserman er zijn tanden in ...  

Who the **** is Don Kwixoat 
Dale Wassermans Man of La Mancha was oorspronkelijk een anderhalf uur durend toneelstuk, geproduceerd voor en uitgezonden op televisie in 1959. Zijn titelkeuze is niet zo verrassend als je beseft dat Don Quixote voor Engelstaligen vrijwel onmogelijk is om uit te spreken. ‘Kie-oh-teej’ of ‘Kwix-oat’ zijn maar een paar van de mogelijkheden, aldus de Britse krant The Telegraph, die Don Quixote in 2016 bovenaan haar lijstje zette van “most commonly mispronounced fictional characters” (voor de nieuwsgierigen: Daenerys Targaryen uit Game Of Thrones en Sophocles’ Oedipus vervolledigden de top drie). 

Na een positieve receptie van zijn tv-toneelstuk besloot Wasserman dat er meer in zat. Samen met regisseur Albert Marre, liedjesschrijver Joe Darion en componist Mitch Leigh maakte hij er een musical van die intussen al meer dan 2.000 keer werd opgevoerd. Tijdens een van die 2.000 keer zat Jacques Brel in het publiek. En toen nog eens. En nog eens. De Brusselaar kon er geen genoeg van krijgen. Wat hij daar zag, op de New York scène? Een kerker, waarin Miguel de Cervantes zijn Inquisitie-proces afwacht en samen met zijn medegevangenen de avonturen van Don Quichot en Sancho Panza navertelt en naspeelt om de tijd te doden (en om zijn verhaal te redden, want al zijn bezittingen – waaronder het manuscript – zijn hem afgenomen). Brel was gefascineerd. “Iedereen is een Don Quichot, denk ik. Iedereen heeft dat in zich, hoop ik... ik weet het wel zeker. Iedereen heeft een paar dromen,” zei hij. 

Breliaans vertaald met woordenboeken
Brel droomde ervan om gestalte te geven aan het legendarische personage van Cervantes, dat zichzelf verliest in zijn verbeelding en erin slaagt om altijd het mooie en het goeie te zien – zelfs op de meest onwaarschijnlijke plaatsen. Eén van de belangrijkste zinnen uit de musical is volgens de zanger dan ook: “la folie suprême n’est-elle pas de voir la vie telle qu’elle est et non telle qu’elle devrait être?” Hij vond: “un homme qui rêve gagne toujours”, ook al staat dat idee volgens hem haaks op onze moderne consumptiemaatschappij.

De zanger boog zich persoonlijk over de Franse vertaling. Hij was het Engels niet bijzonder machtig, maar trok zich volgens zijn dochter uit de slag met woordenboeken. Brel zorgde bovendien niet alleen voor de Franse teksten, maar speelde ook met volle overgave de hoofdrol – en dit nadat hij zijn zangcarrière op pauze had gezet omdat het continue optreden en het nachtleven hun tol begonnen te eisen. 

Zuchtje zuurstof voor een verzuurde wereld
Het idee van een nieuwe L’Homme de La Mancha, als eerbetoon aan Brel, kwam van Filip Jordens. Deze Meester in de Kleinkunst vertolkt al meer dan een kwarteeuw het oeuvre van Brel en voert dit jaar ook de hommage Je m’appelle Jacques Brel op. Toch begeeft hij zich met Brels musical op onontgonnen terrein. “Een droom gaat in vervulling,” vertelt Jordens. “Ik sprak over de musical met Michael De Cock, collega-acteur en artistiek directeur van de KVS. Hij kon Peter de Caluwé, intendant van De Munt, overtuigen om L’Homme de La Mancha samen te produceren. Een bijzondere samenwerking: de Koninklijke Vlaamse Schouwburg engageert zich voor een Franstalige productie, terwijl De Munt met musical voor het lichtere genre kiest.”

Wat Jordens betreft, heeft de musical nog niets van zijn actualiteit verloren, hoewel bezieler Brel intussen al 40 jaar geleden overleed aan de gevolgen van longkanker. “In deze tijd van negativisme en lethargie is idealisme een lelijk woord geworden. Idealisten worden afgemaakt door de spiegelridders van de sociale media. Onze politici dromen niet meer,” zucht Jordens. Michael De Cock, die samen met Junior Mthombeni de regie voor zijn rekening neemt, treedt hem bij. Hij wil met L’Homme de La Mancha onderzoeken “wat verbeelding kan betekenen in de wereld vandaag; wat kunst kan betekenen in een wereld die meer en meer polariseert en op efficiëntie inzet.” De Cock: “Mensen tonen hun menselijkheid wanneer ze kwetsbaar zijn, en dat gebeurt in hun dromen, in hun verbeelding en in de verhalen die verteld worden. Dat is een gevoeligheid die we niet mogen vergeten, dat is de zuurstof die de maatschappij nodig heeft.”

Gezellige drukte op de bühne
De Cock en Mthombeni hebben een grote bende in bedwang te houden, samen met Bassem Akiki, die de muzikale leiding heeft. De cast van L’Homme de La Mancha bestaat namelijk niet alleen uit Jordens: ook sopraan Ana Naqe en acteur François Beukelaers (die Brel nog gekend heeft) maken er deel van uit, net als de getalenteerde zangers en muzikanten van het Kamermuziekensemble van de Munt. In totaal vormen ze een vijfentwintigkoppige cast.

In het onwaarschijnlijke geval dat Jordens plots zenuwen krijgt voor de voorstelling, kan hij zich alvast optrekken aan een uitspraak van Brel die hij voor één keer naast zich neer kan leggen. Over het feit dat optreden in een achterafzaaltje of voor een megapubliek hem niet uitmaakt, zei de chansonnier: “Je bent als zanger altijd die 30 plus één, of die 5.000 plus één.” Vanavond is het echter “plus vierentwintig” voor Jordens. Als dat geen steun geeft?

 

Redactie: Warande informatief, Lies Xhonneux

Bronnen
BLOOM, H. “The knight in the mirror.” The Guardian, 13 december 2003.
BYATT, AS. “Windmills of the mind.” The Guardian, 24 januari 2004.
CHILTON, M. “Don Quixote is the most mispronounced literary name.” The Telegraph, 22 april 2016.
DE RYCKE, F. “Michael De Cock: ‘KVS heeft honger om eigen stukken te maken.’” Bruzz.be, 19 april 2018.
DEWEVER, I. “Brel, alias Don Quichot.” Gazet van Antwerpen, 5 mei 2018.
FEYTEN, F. “De Munt en KVS doen Jacques Brels “L’Homme de la Mancha” herleven.” VRT NWS, 15 maart 2018.
PEETERS, T. “Elke dag is een Brel-dag.” De Tijd, 5 mei 2018.
www.dailymotion.com/video/x68d74 
www.warande.be