Op zoek naar de geesten van oude Perzische diva’s

Theatermaker Sachli Gholamalizad en visuele artiest Maryam K. Hedayat leerden elkaar tien jaar geleden kennen in het Antwerpse cultuurveld en zijn sindsdien vrienden, collega’s en sisters in arms. KVS bracht de vriendinnen samen voor een interview over Sachli’s nieuwe voorstelling, Let Us Believe in the Beginning of the Cold Season, die in mei 2019 in première gaat. Er ontspon zich een boeiende conversatie over Perzische diva’s, creatieprocessen en auteurschap, en vooral: over vrouw-zijn vandaag.

Bij elk maakproces wil je buiten je comfortzone treden. Hoe heb je dit verlangen ingevuld voor Let Us Believe in the Beginning of the Cold Season?
Ik probeer elke voorstelling op een andere manier te werk te gaan. Niet omdat ik per se anders wil werken maar wel omdat de wijze waarop ik iets vertel moet kloppen, voor mij én voor de vertelling. Ik ben bijvoorbeeld geen filmmaker, maar ik wil wel dat medium inzetten. 

Mijn eerste voorstelling A Reason to Talk was een heel persoonlijk verhaal over mijn relatie met mijn moeder. Dat in beeld brengen was een uitdaging. Ik heb mezelf verplicht om altijd een camera op mijn gezicht te richten zodat elke emotie zichtbaar wordt. Dat is wat buiten je comfortzone treden voor mij betekent.

In de komende voorstelling zal zingen voor mij de grote uitdaging zijn. Ik voel dat ik via zang andere verhalen kan verpersoonlijken. Ik ga uitdagingen niet uit de weg. Heel mijn leven heb ik geleefd tussen verschillende werelden. Dat is tegelijk een angstaanjagende en fijne plek. Dat gevoel van tussen werelden, talen, en grenzen in leven, blijf ik opzoeken in mijn leven en werk.

Heeft dat ook te maken met het verlangen om niet in één hokje geplaatst te worden?
Ja, exact. Ik wil op geen enkele manier gelabeld worden, noch als vrouw, noch als maker. Niets is eenzijdig. Het leven is niet zwartwit. Vandaar mijn nood om het zwart-witdenken open te breken en te onderzoeken wat daar leeft. Ik wil dat grijze opzoeken om telkens aan mezelf en anderen te bewijzen hoe genuanceerd en gelaagd een verhaal kan zijn. 

De maatschappij wil soms voor de makkelijkste weg kiezen: de wereld ordenen en in vakken wringen om gestructureerd en netjes verder te kunnen leven. Maar uit een veilige indeling van de wereld heb ik nooit geruststelling of orde gehaald. Ik heb altijd gevoeld dat onveiligheid mij heel erg heeft gevormd. Die ongeborgenheid heeft mij vooruit geholpen in mijn leven, en daarom blijf ik dat gevoel op alle vlakken opzoeken.

In (Not) my paradise wil je pijn tonen en delen op scène. Over welke soort pijn gaat het dan?
Pijn is een synoniem voor vele vormen van onvrede binnen mezelf. Wat mij boeit is wat de maatschappij van je verwacht als vrouw. De vraag is: hoe kan ik als vrouw, als artieste, als vrouw die een relatie heeft, die wel of geen kind heeft, leven in de maatschappij? Ik heb daar nog geen antwoorden op. Ik wil inspiratie halen uit de geschiedenis en vrouwen opzoeken die met die vragen hebben geworsteld en uiteindelijk op hun eigen manier een antwoord hebben geformuleerd. Dat is voor mij een vorm van pijn, die ik probeer te onderzoeken en waaruit ik antwoorden probeer te halen. 

Het gaat er mij verder om dat we leren onszelf open te stellen voor mensen die anders zijn dan wie wij denken te zijn.  Pijn, omwille van zijn universeel karakter, kan herkenning bieden en ons verbinden. Mijn publiek zou zich kunnen herkennen in wat ik vertel en zich zo gemakkelijker kunnen openstellen naar een ander soort pijn die niet de hunne is. Ik geloof dat empathie het antwoord is op de ellende van de wereld. Empathie is jezelf openstellen naar anderen en begrijpen wie die persoon is, ongeacht zijn of haar context. 

In je nieuwste voorstelling Let Us Believe in the Beginning of the Cold Season ga je op zoek naar de geesten van oude Perzische diva’s. Ik moet denken aan die anekdote over je moeder die zich heel je jeugd als een diva kleedde, en hoe je je voor haar schaamde …
Nog altijd! (lacht) Als ik mijn moeder vraag voor een etentje of een theatervoorstelling, vertel ik haar altijd wat de dresscode is zodat ze zich niet overdreven opkleedt. En tegelijkertijd: I love her for that, voor dat flamboyante. Mijn moeder heeft zich nooit, maar dan ook nooit, laten classificeren tot “dit is wat een vrouw hoort te doen of te zijn”. Daar ben ik trots op want zij heeft mij natuurlijk gevormd door zo radicaal zichzelf te zijn. Ze heeft zich nooit geschaamd voor het feit dat ze met een accent praat, of voor wat ze draagt. Ik daarentegen heb de gekste schoenen en kleren, maar durf ze vaak niet te dragen omdat ik niet wil opvallen of flamboyant zijn, want daar hangen connotaties aan vast. Terwijl ik stiekem zelf die diva wilde zijn die mijn moeder is. 

In mijn nieuwe voorstelling zoek ik naar antwoorden op vragen als: wie wil ik diep vanbinnen zijn zonder gecategoriseerd te worden? Wie laat ik mezelf toe te zijn? Daarom plaats ik de Iraanse iconen Googoosh en Farrokhzad tegenover elkaar. Googoosh was de flamboyante diva die met haar seksualiteit dweepte terwijl Farrokhzad net heel bescheiden was. Ik had vroeger het idee dat je voor één van die twee manieren van vrouw-zijn moest kiezen, terwijl ik nu besef dat we altijd schipperen tussen beide.

Interessant hoe je de traditioneel christelijke tweedeling “hoer versus Madonna” doortrekt naar Googoosh en Farrokhzad.
Die tweedeling past voor mij binnen mijn vraagstelling van wat vrouwelijkheid en seksualiteit betekenen en hoe ze op elkaar in werken. Het lichamelijke boeit me enorm. Je naakte lichaam tonen, is dat vrijheid? Vanuit welk denkkader? Het westerse of het oosterse? Die vragen wil ik stellen tijdens mijn onderzoek, en zo op zoek gaan naar hoe vrouwen zich verhouden ten opzichte van naaktheid. Mijn moeder zei vroeger: “Wij waren vrij om korte rokjes te dragen en vrouw te zijn”, maar voor mij is een gesluierde vrouw geen onderdrukte vrouw. Haar sluier sluit haar vrijheid of vrouw-zijn niet uit. Je lichaam niet tonen, zegt niets over je seksualiteit. 

Staat je lichaam tonen aan de wereld symbool voor vrijheid of feminisme? Daar stel ik me vragen over. Als ik mijn lichaam toon, is dat dan omdat ik denk dat dat vrijheid belichaamt, of omdat ik wil voldoen aan een westers idee van vrijheid? Ik wil vrijheid loskoppelen van verwachtingen en op zoek gaan naar wat mijn lichaam verlangt, zonder verplichtingen en regels en kaders.

Wat betekent vrouw-zijn voor jou?
De definities voor vrouw-zijn die we tot nu toe hadden zijn niet meer toereikend in onze maatschappij. Het soort feminisme waarin ik geïnteresseerd ben is veel inclusiever. Ik ben hier opgegroeid en men heeft mij hier geleerd dat feminisme een westers concept was terwijl ik met een andere beeldvorming ben grootgebracht en dus ook met een ander feminisme, dat minstens evenwaardig is.

Mensen denken vaak dat de rechten van de vrouw gerespecteerd worden omdat wij in het verlichte Westen wonen maar in de praktijk zie je dat dat niet altijd zo rechtlijnig verloopt. De ironie van hoe sommige vrouwen uit het Oosten gedefinieerd worden als onderdrukt omdat ze bijvoorbeeld een hoofddoek dragen, is problematisch. Je moet niet enkel vanuit eigen perspectief naar de wereld kijken: dat is exact waar ik niet voor sta en wat ik altijd in vraag wil stellen. 

Ik voel dat het moeilijk is voor sommigen om mij als auteur van universele verhalen te zien. Universaliteit wordt nog steeds vooral aan mannelijke makers toegeschreven. Voor vrouwelijke makers, zeker met een migratieachtergrond, is het nog moeilijker om dat auteurschap op te eisen.
Exact. Je achtergrond wordt telkens mee opgenomen in hoe mensen je werk lezen, maar ik ben meer dan mijn afkomst. Ik wil dat verhaal over mijn achtergrond wel delen maar ik heb verhalen in mij die verder reiken dan dat en die alle lagen van onze universele menselijke emoties behandelen. Iemand vroeg me: “ga je altijd verhalen over migranten vertellen?” Dan denk ik: we klagen toch ook niet over een auteur die telkens over de liefde schrijft? De thematiek van migratie wordt helaas gereduceerd tot iets minder veelzijdigs dan de liefde. 

Ik heb dat ook heel erg gevoeld met (Not) my paradise. Ik vond het spijtig dat sommigen dachten dat die voorstelling een manier was om mijn verleden te verwerken en mijn familie te leren kennen terwijl het stuk ging over hoe mensen kunnen vechten om een stuk land, om grenzen, om het verleden. Dat zijn concepten die eigen zijn aan de mensheid en niet enkel Iraans zijn. Strijd is universeel. Mijn stukken reiken verder dan mijn eigen cultuur.