Geschiedenis

KVS kent een rijke geschiedenis. Woelige periodes wisselen af met tijden van voorspoed. Ontdek hier het relaas van de schouwburg en haar gebouwen.

1852: toneel op de dool

Het Tooneel der Volksbeschouwing - in 1852 het baken van het Nederlandstalige toneel in Brussel – zwerft in haar beginperiode tussen gehuurde zalen, zoals het Parktheater in de Wetstraat en het Circustheater in de Circusstraat. Op een eigen zaal waar ze kunnen repeteren en voorstellingen opvoeren is het lang wachten geblazen. 25 jaar lang zelfs!

Nochtans circuleert in 1860 al het idee dat het oude wapenarsenaal aan de Lakensestraat – ooit samen met het klein kasteeltje - de geknipte plek zou zijn voor een theaterzaal. Waarom zolang wachten? Wel, toenmalige burgemeester Fontainas heeft er zijn handen aan vol om de regering te overtuigen … want: 'Is het gebouw nu eigendom van de stad of de staat?’ En ook de Brusselse Vlamingen steken stokken in de wielen. Zij knorren over de ongelukkige locatie: wat een uithoek van de stad voor een Vlaams theater!

1883: de kogel is door de kerk

In 1883 is er reden tot vreugde! De nieuwe burgemeester Charles Buls geeft architect-decorateur Jean Baes het startschot voor de verbouwing. Baes gaat rigoureus te werk, vooral wat betreft de brandveiligheid. Een heikel punt in die tijd: in 1881 sterven honderden mensen door branden in o.a. het Ringtheater in Wenen en het Théâtre Municipal in Nice. Baes speelt hier op ingenieuze wijze op in, hij ontwerpt een meesterlijk evacuatiesysteem aan de hand van getrapte zijgevels met buitenbalkons, die door ladders met elkaar verbonden zijn. Ze zijn niet alleen handig en mooi, ze geven bovendien onze schouwburg zijn compleet unieke karakter. Ook vandaag nog zoekt het publiek tijdens de pauzes of na de voorstellingen maar al te graag de buitenbalkons op om gezellig (na) te praten.

 

In de originele zaal kunnen 1200 gasten plaats nemen. Ze is rijkelijk gedecoreerd, mét een adembenemende glazen koepel. Opmerkzame bezoekers spotten er Art Nouveau-elementen. Dat is niet verwonderlijk want Baes is een leermeester van Horta. Hij experimenteert dan al met het gebruik van geïndustrialiseerde materialen zoals ijzer. Een stijl die Horta later veelvuldig kopieert. In de foyer van de schouwburg voorzien Jean Baes en zijn broer Henri de muren en plafonds van knappe geschilderde taferelen. Het hele gebouw is een knap staaltje neo-Vlaamse renaissancestijl. Een duidelijke knipoog naar het glorierijke verleden, in combinatie met vooruitstrevende nieuwe materialen.

 

Opmerkelijk: Burgemeester Buls staat erop de originele voorgevel van het wapenarsenaal intact te houden. Maar in plaats van die opnieuw een plekje aan de voorkant te geven, wordt de voorgevel aan de achterkant bevestigd. Wat je vandaag dus als achtergevel ziet, bevond zich voordien aan de voorkant van het gebouw!

 

Maar in 1883 heeft het Vlaamse theater eindelijk zijn stek in Brussel. Opvallend is hoe van in het begin, KVS een sterk emancipatorisch karakter heeft. Meer nog, emancipatie zit in het DNA van het theater.

1887: Het koningshuis gaat Vlaams

Tijdens de officiële inhuldiging van het theater op 13 oktober 1887 spreekt burgemeester Buls koning Leopold II aan met de woorden: “ J’aurai l’honneur, Sire, de vous souhaiter la bienvenue en flamand, dans le temple érigé pour l’art dramatique flamand.” Leopold II antwoordt met: “Mon cher bourgmestre, vous m’offrez là une bonne occasion pour vous répondre dans cette même langue nationale, en flamand,” waarop de vorst verdergaat in het Nederlands. Dit is de eerste keer dat een lid van het koningshuis in het Nederlands het woord neemt. Zo toont de vorst erkenning en waardering voor de jarenlange inspanningen die het huis leverde om het Vlaamse toneel in Brussel gelanceerd te krijgen. Een pluim die ook de hele Vlaamse beweging graag op haar hoed steekt. In 1894 krijgt de erkenning trouwens nog een royaal staartje: de Vlaamsche schouwburg mag zich sindsdien de Koninklijke Vlaamse Schouwburg noemen.

 

1955: rampspoed slaat toe

Het ingenieuze ontwerp van Baes ten spijt, verwoest een brand op 25 mei 1955 een groot deel van het theater. De scène, toneeltoren en het voorste gedeelte van de zaal zijn het grootste slachtoffer. Aangezien de brand plaatsvond toen het theater gesloten was, vallen er gelukkig geen gewonden of menselijke slachtoffers.

1958: van theaterzaal naar auditorium

Wanneer het gebouw opnieuw uit de as verrijst, komt een weinig uitgesproken, nogal saaie zaal tevoorschijn. Ze lijkt eerder op een auditorium dan een theaterzaal. Een idee dat past in het praktische plaatje van die tijd: wat telt is zoveel mogelijk mensen een goed zicht op het podium geven. De vorm? Die doet er niet zo veel toe in de theaterarchitectuur van die jaren.

 

1993: nieuwe bazen, nieuwe dromen. Franz Marijnen treedt aan

In 1993 komt Franz Marijnen aan het hoofd van KVS te staan. Hij aanvaardt de job, op voorwaarde dat hij grote kuis mag houden in het ensemble. Hij intensifieert het aantal voorstellingen met een ruim aanbod aan gastvoorstellingen en zet de deuren van het theater voor het eerst open voor een grote diversiteit aan disciplines en doelgroepen. Zo biedt hij een artistieke residentie aan aan Wim Vandekeybus en zijn dansgezelschap Ultima Vez en focust hij op internationale producties met initiatieven zoals Eurotheater, Arabische theater- en muziekfestivals, literaire evenementen,… Zelf tekent hij voor een aantal spraakmakende ensceneringen uit het klassieke en hedendaagse wereld-repertoire.

 

De uitvoering van de geplande renovatiewerken hebben best wat voeten in de aarde maar in de zomer van ’99 is het zover. KVS met haar ensemble, werknemers, podia en rekwisieten verhuist voor vijf jaar naar de Bottelarij in Molenbeek, een voormalige brouwerij, zodat de werken eindelijk kunnen starten.

 

Het is tijdens Marijnens aanstelling dat de buitenkant van de schouwburg en de foyer op de lijst van beschermde monumenten terechtkomen.

2001: Jan Goossens artistiek directeur

Met de aanstelling van Jan Goossens als artistiek directeur komt de focus meer op internationale projecten en de stedelijke werking te liggen. Jan Goossens en zijn ploeg halen de wereld naar binnen in KVS en bouwt het theater zo uit tot een referentie in binnen- en buitenland. Verder valt KVS op door een uitgesproken interesse en focus op Palestina en Congo. De samenwerking met artiesten uit Congo leidt tot de succesvoorstelling Coup Fatal.

 

Vooral tijdens de jaren in de Bottelarij, een bijzonder plek in Molenbeek, slaagt KVS er in zich opnieuw uit te vinden en een nieuwe generatie makers vindt zijn weg naar de scène. Experimentele vormen worden aangemoedigd. Een intense dialoog met de buren van Théâtre National leidt tot Tournée Générale, later Tournée Capitale.

2004: hallo Arduinkaai!

In 2004 is het eindelijk zover: KVS neemt zijn intrek in een splinternieuw gebouw aan de Arduinkaai, het gebouw dat je vandaag kent als de BOX. Hier is plaats voor een rechthoekige zaal waar de tribune kan worden weggeschoven, de kantoren van de medewerkers én Café Congo: een ontmoetingsplaats voor bezoekers, artiesten, medewerkers, ...

 

KVS BOL, het oorspronkelijke gebouw dat gerenoveerd werd, opent zijn deuren opnieuw in oktober 2005. Samen met deze fysieke verhuis naar het centrum van Brussel, zet KVS ook in op een vernieuwde focus op de stad.

2016: Michael De Cock wordt artistiek directeur 

In 2016 wordt Michael De Cock artistiek directeur van KVS. Hij verzamelt een artistiek team rond zich: de stadsdramaturgen Tunde Adefioye, Kristin Rogghe en Gerardo Salinas. Samen bouwen zij aan een genderdivers, intergenerationeel en intercultureel ensemble en huis. Daarbij grijpen ze alle opportuniteiten en uitdagingen die de grootstad biedt met beide handen. Het huis zelf wordt ook een pak diverser.

 

Michael en zijn ploeg investeren fors in het uitbouwen van internationale contacten. Nieuwe banden met wereldsteden als Istanbul, Madrid, Buenos Aires, Santiago, Kinshasa, … worden gesmeed. KVS-artiesten tonen hun werk wereldwijd en ook in eigen huis wordt internationaler geprogrammeerd.

 

In eigen land werkt het huis meer en meer samen met stedelijke partners. De banden met andere Brusselse theaterhuizen waaronder Théâtre National en De Munt spelen een meer prominente rol in de programmatie en leiden tot de oprichting van Troika.

 

Het vaste ensemble, dat het laatste decenium was uitgedoofd, maakt plaats voor een open ensemble van KVS-gezichten waarbij diverse makers en artiesten zich aan het huis verbinden om samen nieuwe voorstellingen te creëren. Malcolm X, Odysseus, een zwerver komt thuis, L’Homme de La Mancha, zijn maar een greep uit de voorstellingen die de veelheid die KVS wil omarmen, aantonen.