Longread / Sachli Gholamalizad & Valentijn Dhaenens: Living Apart Together

Sachli Gholamalizad en Valentijn Dhaenens onderhouden een LAT-relatie met hun collega-acteurs. Enerzijds werken ze gretig samen binnen theatergezelschappen, op filmsets en in televisieseries. Anderzijds ontwikkelen ze ook een persoonlijk oeuvre, waarin ze vaak alleen op de scène staan. Ze kijken ernaar uit elkaar in de nabije toekomst wat vaker te treffen in Brussel, want ze maken allebei deel uit van het open ensemble van KVS.

Sachli – die u kunt kennen van de tv-serie De Bunker – creëert (Not) my paradise, en maakt voor KVS een Franstalige versie van haar gelauwerde voorstelling A reason to talk. Valentijn - stichtend lid van SKaGen en bekend van zijn solovoorstellingen DegrotemonD en DeKleineOorlog, - is ook niet weg te slaan uit het komend KVS-seizoen. Hij maakt er zijn nieuwe voorstelling Domestica, speelt mee in Odysseus. Een zwerver komt thuis, is te gast met Ontroerend Goed en leent zijn stem aan Jaco Van Dormaels openingsvoorstelling Cold Blood. Journalist Michaël Bellon ging met hen in gesprek.

MB: Jullie kennen elkaar al een tijdje. Praten jullie dan over het vak?

VD: We praten veel over het leven, en daardoor ook over onze projecten.

SG: Af en toe ik vraag ik Valentijn eens raad, bijvoorbeeld nu ik met A reason to talk naar Toronto ga, waar hij al geweest is. Het is zijn monoloog DegrotemonD die me de ogen geopend heeft voor wat ik eigenlijk wilde doen met theater.

VD: Wat Sachli maakt, doet mij nadenken over mijn eigen werk. A reason to talk is het bewijs dat je heel persoonlijk theater kan maken zonder je exhibitionistisch te gedragen. Dat is is iets dat ik bewonder en misschien ook wel zou willlen doen, maar het boezemt me angst in.

MB: Het persoonlijke aspect in jouw werk zit nog dieper verstopt.

VD: DegrotemonD was best een persoonlijke voorstelling, maar dat is nauwelijks te zien omdat ik in dat stuk verschillende mensen en teksten vertolk. Iets gelijkaardigs zal gebeuren in Domestica, al zal die voorstelling allicht nog persoonlijker zijn. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik jong was, en ik heb daar enorm van afgezien. Het is dus nogal duidelijk dat ik deze voorstelling over ruziënde koppels maak - met als slachtoffer het kind, dat ook op scène te zien zal zijn - omdat het onderwerp mij zo raakt. Maar in plaats van het verhaal van mijn ouders te vertellen, ga ik in de wereldliteratuur op zoek naar een soort geschiedenis van het huiselijk geweld, zoals dat beschreven is van Molière tot in de YouTube-filmpjes waarin Mel Gibson zijn ex-vriendin uitscheldt. Van De getemde feeks tot Ingmar Bergmans Scènes uit een huwelijk. Van al die samples maak ik dan een mash-up, zoals ik ook in DegrotemonD en DeKleineOorloG heb gedaan.

Maar ik heb bijvoorbeeld ook een heftige relatie met mijn vader, en door Sachli’s voorstelling te zien ben ik beginnen denken dat ik het misschien ooit toch eens moet riskeren om daar wat explicieter over te zijn. Tenslotte gaat het over iets dat in me zit en waar veel over te zeggen valt.

MB: Jij hebt ook lang getwijfeld toen je in A reason to talk je relatie met je moeder gebruikte. Maar achteraf heb je er geen spijt van gehad.

SG: Ik heb tot de dag van de première gedacht: dit is een grote fout, ik mag het echt niet doen. En ik heb achteraf ook commentaren gekregen van mensen die de hardheid van mijn stuk niet konden appreciëren. Maar uiteindelijk voelde het als een overwinning die me veel heeft geleerd. Voordien had ik me in het theater nooit echt begrepen gevoeld, omdat ik mijn positie nooit echt opeiste of wist te verwoorden. Nu ik dat wel heb gedaan, heb ik de smaak te pakken.

Ik had ook heel lang schrik om ‘de migrant’ te zijn, of ‘migrantenvoorstellingen’ te maken, en ik werd kwaad als ik in die hoek werd geduwd. A Reason to Talk ging voor mij ook niet over Iraanse moeders en dochters, maar over moeders en dochters tout court. Langs de andere kant wilde ik toch ook empathie voor andere verhalen dan degene die je altijd ziet in het Vlaamse theater. Zeker als het over migranten gaat heeft iedereen zo zijn eigen kijk, terwijl het standpunt van de migrant zelf nergens te zien is. Het is ook de kwaadheid en de frustratie daarover die me dat stuk heeft doen maken. Dus werd migratie toch mijn onderwerp, hoewel ik dat lang heb willen ontkennen. Soms moet je aanvaarden wat op je pad komt.

(Not) my paradise wordt opnieuw een familieverhaal. Dit keer over broers en zussen die al vijfentwintig jaar lang een erfeniskwestie proberen op te lossen. Dat verhaal toont automatisch ook de posities van de personages, daar in Iran en hier in Europa. Dus gaat het ook over grenzen, hoe families erdoor verdeeld en getekend worden.

MB: Het solowerk bevalt jullie blijkbaar, tussen jullie samenwerkingen voor tv, film en andere gezelschappen door?

VD: Het is aangenaam om zelf je keuzes te kunnen maken en intuïtief te kunnen werken. Ik speel Domestica samen met Alejandra Theus, maar ik ga het stuk wel eerst zelf maken. De fragmenten die ik kies zullen te maken hebben met wat mij specifiek fascineert aan de manier waarop mensen ruzie maken, en hoe ze daarbij vaak in een loop terechtkomen waar ze niet meer uit geraken.

SG: Als je alleen werkt, zit je in een cocon. Er is niets dat erop wijst dat je goed bezig bent. Je hebt alleen je intuïtie en de noodzaak die je voelt om achter je idee te blijven aangaan. Dat is vaak wroeten, lijden en afzien. Maar pas door alleen te werken heb ik leren zeggen wat ik wil, en op te komen voor mezelf in plaats van mee te gaan met de groep, of wat anderen van mij verwachten. Al wil ik ook alert en soepel blijven door met anderen te werken en samen op de scène te staan. Er niet alleen voorstaan en kunnen reageren op de inspiratie van anderen, is ook een plezier.

MB: In die zin is het open gezelschap dat Michael De Cock in KVS voorstaat voor jullie een goede formule.

VD: Ik volg hem helemaal in het idee dat zo’n vast ensemble niet meer echt van deze tijd is. Je moet dan zien dat iedereen op tijd zijn rolletje heeft, waardoor je à la tête du client gaat werken in plaats van uit te gaan van het verhaal dat je wil vertellen. Het lijkt me dus gezond dat wanneer je dit huis opnieuw wil vormgeven, je dat doet met mensen die van tijd tot tijd ook weer even de deur uitgaan om met nieuwe energie terug binnen te komen.

MB: Door A reason to talk in KVS in het Frans te spelen ga je ook de relatie met de Franstalige gemeenschap aanhalen.

SG: Ik heb er al nachtmerries over, want ik heb mijn Frans slecht onderhouden (lacht). Maar ik wil het wel heel graag doen. Ik vind de Franse taal en cultuur prachtig en vind het jammer dat we daar in ons land niet meer mee doen, dat de zaken vaak zo gescheiden verlopen. Dus hoop ik dat dit huis die scheiding kan helpen overbruggen. We mogen elkaars werelden niet blijven mijden. Dat is ook een essentieel gegeven in mijn werk.

MB: Leren jullie internationale tournees jullie iets over hoe er hier bij ons theater wordt gemaakt?

VD: Ik denk dat we blij mogen zijn met de situatie hier. In de Angelsaksische landen is het theaterlandschap toch armer. Ze zijn daar ook vaak enthousiast over ons werk, omdat ze verrast zijn door de vernieuwende vormen die we brengen. Onze dansers hebben het pad geëffend tot in Australië toe, en het theater is gevolgd. België is een kwaliteitslabel geworden. 

Domestica is nog te zien in KVS op 19 en 20 januari 2017 en daarna op verschillende plaatsen in Vlaanderen en Nederland.

A reason to talk gaat in première in het Frans in Théâtre Nationale in het kader van Toernee General op 7 maart.  

Sachli en Valentijn werden geïnterviewd door Michaël Bellon.