Kuzikiliza: Pitcho Womba Konga laat van zich horen

Een gesprek tussen stadsdramaturge Kristin Rogghe en theatermaker Pitcho Womba Konga.

Je eerste stuk Kuzikiliza is geïnspireerd op een speech die Patrice Lumumba in 1960 gaf. Waarom was het nodig om dat stuk te maken? 
Ik maakte het stuk omdat ik de noodzaak voelde om het koloniale verleden van België, en de gedeelde geschiedenis met mijn land, aan de orde te stellen. Op school of in de media ging het er nooit over. Ik was al twintig toen ik er voor het eerst over leerde. Ik dacht toen: al deze shit gebeurde gewoon, en niemand spreekt erover?! Ik bezocht het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren om meer te weten te komen over mijn land en hoe het werd voorgesteld, en om te begrijpen waarom men het er in België maar zelden over heeft. Ik begon meer te lezen over Congo en kwam de figuur van Lumumba tegen, en de speech die hij gaf tijdens de ceremonie waarop Congo de onafhankelijkheid uitriep - de speech die hem ook het leven kostte. Het intrigeerde me: wat maakte deze speech zo bijzonder, zo gevaarlijk? Ik vond dat hij gewoon klonk als een grote vrijheidsspeech. Was hij Vlaams geweest, dan zou de speech waarschijnlijk als krachtig en universeel bestempeld zijn, één die iedereen zou moeten horen. Mijn vraag was dus: wat kon ik doen opdat men de speech zou horen en het universele karakter ervan begrijpen? Kuzikiliza betekent: zich laten horen. Om dat mogelijk te maken, moeten we eerst een onderzoek doen naar de machtsverhoudingen tussen mensen.

In mijn onderzoek naar een universele taal gebruikte ik hiphop en zijn verschillende disciplines zoals rap, beatbox en breakdance. Want wat is er vandaag universeler dan hiphop? Het is wereldwijd een van de meest verspreide culturen. Sommigen denken dat hiphop verbonden is met het getto, de achterbuurten. De lokale context is inderdaad belangrijk, maar de invloeden in de hiphopcultuur komen van overal. Dat maakt je bewust van een oneindig aantal mogelijkheden: er zijn zoveel verschillende manieren om naar de dingen te kijken en er iets mee te doen. En dat is ook wat ik in mijn kunst wil uitproberen. 

Welke reacties heeft je stuk tot nu toe losgemaakt?
Kuzikiliza werd zowel door het publiek als in de media heel goed ontvangen. De interesse overtrof mijn verwachtingen. Ik was nog het meest verrast door de verscheidenheid van het publiek: jongeren, oudere mensen, witte mensen, zwarte mensen, Arabische mensen ... Dat stemde goed overeen met mijn wens om de universaliteit van Lumumba’s speech aan het licht te brengen. 

Na een van de opvoeringen kwamen twee jonge vrouwen van Congolese origine naar me toe. Ze zeiden me dat ze echt genoten hadden van de voorstelling, maar dat er één scene was die ze niet begrepen, namelijk die waarin de speech wordt uitgesproken door verschillende vrouwen: zwarte vrouwen, witte vrouwen, bruine vrouwen. ‘Maar Lumumba is van ons, toch?’, zeiden ze me. Ze hadden het gevoel dat dit stuk Lumumba aan hen teruggaf, maar begrepen niet waarom ik er andere mensen bij betrok. Ik vertelde hen dat ik dit verhaal, deze geschiedenis wilde delen. Lumumba is niet van mij! Als een Aziatische persoon na het zien van dit stuk beslist om het over Lumumba te hebben, dan zou dat als een overwinning aanvoelen. 

Ik gebruik kunst niet als een middel om mijn gemeenschap of wie dan ook te troosten, maar als een manier om mijn gemeenschap en mezelf in vraag te stellen,  om anderen te leren kennen die je niet zou kennen indien je thuis zou blijven.