Josse De Pauw: "Maar ik kan niet zwemmen."

Stel je voor. Je loopt langs een kanaal en je ziet een mens in het water liggen. Spartelend, verdrinkend. Wat doe je? Spring je? 
Josse De Pauw durft te twijfelen en hoopt het zelf nooit te moeten meemaken. Een monoloog voorzien van muziek van Dominique Pauwels die dat ene moment probeert te vatten. 6 vragen aan Josse De Pauw over De Helden.

Wat is dat eigenlijk, een held?
De Pauw: “Voor deze voorstelling gaan we uit van ‘het offer’. Iemand riskeert of geeft zijn of haar leven voor een gemeenschappelijke zaak. Hij of zij is dus geen slachtoffer, maar offert zelf, offert zichzelf. Maar wat als iemand niet tot heldendom in staat is? Er valt een kind in het kanaal en de voorbijganger durft niet te springen, hij kan niet zwemmen ...”

Moet een held dan geen specifieke eigenschappen bezitten?
De Pauw: “Ik heb er werkelijk geen idee van. Schopenhauer heeft de held ooit omschreven als iemand die plots, in dramatische omstandigheden, tot het inzicht komt dat alles één en hetzelfde leven is. Onze apartheid zou slechts een gevolg zijn van de manier waarop wij vormen waarnemen in het universum van tijd en ruimte. De werkelijkheid zou dan zijn dat we één zijn met alle leven.”

Wie zijn ze, de hedendaagse helden? 
De Pauw: “De wereld is een stuk ingewikkelder geworden. We beseffen intussen dat de held van de ene gemeenschap niet noodzakelijk een held is voor de andere. Misschien zijn helden wel iets van een andere tijd? Een tijd waarin gemeenschappen hun terrein afbakenden en binnen die grenzen hun normen en waarden vierden. De grenzen zijn vervaagd, de normen en waarden worden in vraag gesteld. Het zijn onzekere tijden.”

Mist onze tijd helden, of bestempelen we net iemand te vlug als held?
De Pauw: “We zijn zeer kwistig, ja. Jeugdhelden, rockhelden, sporthelden … Het is allemaal, excusez le mot, promotiepraat. Misschien tekent dat ook wel onze verwarring. Op een of andere manier heb ik het gevoel dat we er beter voor zouden staan, mochten we ze niet meer nodig hebben.”

Je laat je bijstaan door historica Sophie De Schaepdrijver. 
De Pauw: “Zij is gespecialiseerd in de Grote Oorlog waarin de laatste echte man-aan-mangevechten werden uitgevochten. Zij heeft me onderwezen over het heldendom. Als ik voorstellingen maak, wil ik graag een klankbord. Deze keer heb ik Sophie De Schaepdrijver gevraagd mij op de reis te vergezellen. Ik ben blij dat ze heeft toegezegd. Het is een manier om vrijer te kunnen denken en schrijven, Sophie is mijn anker (in de geschiedenis): hoe ver ik ook afdrijf, ik kan steeds terug.”

Welke zin staat al op papier en dekt de lading van de voorstelling?
De Pauw: “Maar ik kan niet zwemmen. Niemand heeft me dat geleerd.” 

 

Interview door Kris Kuppens