Hoezo Salam, Abraham/Ibrahim?

Je zag de voorstelling Salam van het Noord Nederlands Toneel (NNT), Club Guy & Roni en Asko|Schönbergs K[h]AOS of gaat deze nog zien. Rode draad in dit stuk is het verhaal van Abraham/Ibrahim en de betekenis ervan voor onze wereld hier en nu.

Waarom is de geschiedenis van Abraham/Ibrahim – de uitverkorene – zijn zonen Ismaël en Izaäk en hun moeders relevant voor de maatschappij van vandaag? En wat heeft het te maken met de huidige conflicten tussen christenen, moslims, joden en ongelovigen?

Eerst het verhaal van Abraham/Ibrahim in een notendop, verteld door hoofdrolspeler Jack Wouterse:

Even voorstellen
Abraham/Ibrahim vertolkt de sleutelrol van aartsvader. Hij is in essentie voorvader der voorvaderen in zowel de islam, als het jodendom en het christendom. En zoals dat vaker gaat met hoofdpersonen van verhalen die in meerdere culturen verteld worden, verandert niet alleen het verhaal maar ook de naam mee. Abraham in het Oude Testament wordt dus Ibrahim-in-de-Koran.

Sarah/Sara is de vrouw van Abraham/Ibrahim. Tien jaar jonger dan Abraham/Ibrahim en, erger nog, onvruchtbaar. Ze komt wel voor in de Koran, maar wordt daar niet bij naam genoemd.

Hagar/Hadjar leren we kennen als de dienstmaagd van Sarah, maar vervult later ook de rol van tweede vrouw van Abraham/Ibrahim. Dienstmaagd is hier trouwens een net woord voor slavin.

Ismaël/Ismaïl is Abraham/Ibrahim’s eerste zoon bij zijn tweede vrouw. Dit zorgt voor veel problemen.

Izaäk/Ishaq is Abraham/Ibrahim’s tweede zoon bij zijn eerste vrouw. Dit zorgt voor veel problemen.

God/Allah speelt de gebruikelijke rol.

Abraham/Ibrahim als God’s vriend
Abraham/Ibrahim wordt in de Bijbel meermaals beschreven als de ‘vriend’ van God. God zocht vaker verbinding met de mensheid, maar slaagde daar lang niet altijd in. Denk bijvoorbeeld aan Adam en Eva, aan hun ongehoorzaamheid, of denk aan de Toren van Babel en alle miscommunicatie die daar een rol speelde.

God kiest Abraham/Ibrahim als zijn uitverkorene. Maar een uitverkorene, dat ben je niet zomaar, helemaal niet als het om God gaat. Als uitverkorene, als de man die is gekozen voor een verbond met God, moet je offers brengen; zo ook Abraham/Ibrahim.

De belofte van God: een zoon
Abraham/Ibrahim krijgt, als uitverkorene, opdrachten van God. En hij luistert. Abraham/Ibrahim moet vertrekken naar ‘het onbekende’, samen met zijn vrouw Sarah en zijn neef Lot. Hoewel die reis niet vlekkeloos verloopt, bereiken Abraham/Ibrahim en Sarah uiteindelijk het land Kanaän.

Daar belooft God dat Abraham/Ibrahim een zoon zal krijgen en dat het land zal toebehoren aan zijn zoon en, later, de nakomelingen van die zoon. Die nakomelingen zullen ontelbaar in aantal zijn, zoveel als er sterren in de hemel te zien zijn. En God zal voor altijd hun God zijn.

Abraham/Ibrahim gelooft God, maar hij en Sarah zijn al achter in de negentig en tot die tijd altijd kinderloos gebleven, een zoon krijgen lijkt dus onwaarschijnlijk. Dan komt Sarah met de oplossing: ze draagt Abraham/Ibrahim op een kind te verwekken bij Hagar, haar dienstmaagd. Voor de oude en onvruchtbare Sarah lijkt dit de enige mogelijkheid om een zoon te krijgen.

Zo gezegd, zo gedaan. Hagar wordt zwanger en baart een zoon: Ismaël. God had gelijk; Abraham/Ibrahim heeft een zoon gekregen, een erfgenaam. All is well.

Nog een zoon?
God was nog niet klaar met zijn uitverkorene. Hij belooft Abraham/Ibrahim nog een zoon, met Sarah als moeder: Izaäk. En tegen alle eerdere verwachtingen in wordt Sarah inderdaad zwanger. En, naar men gelooft, met goddelijke inmenging, want hoe anders kan Sarah na al die jaren toch zwanger worden en een kind baren?

Ismaël en Izaäk groeien op. De band tussen Sarah en Hagar verslechtert. In de Bijbel wordt beschreven hoe Ismaël spottend lacht als Izaäk zijn laatste borstvoeding krijgt. Dit is de druppel voor Sarah, ze vraagt Abraham/Ibrahim om Ismaël en Hagar weg te sturen, te verbannen. Ze ziet Ismaël als een bedreiging voor het erfgoed; het land, maar ook de beloofde vele nakomelingen. Abraham/Ibrahim weigert in eerste instantie. Ismaël is zijn zoon, net als Izaäk. Hoe kan hij zijn zoon wegsturen? Geen vader doet dat, ook niet voor zijn eerste vrouw. Toch?

De verbanning
Maar God’s wil is anders: “Doe wat Sarah zegt”, zegt hij tot Abraham/Ibrahim. En omdat Abraham/Ibrahim in God gelooft en omwille van hun verbond, besluit hij God’s wil te volgen. Hij luistert naar Sarah en stuurt Ismaël en Hagar weg. Zijn oudste zoon en zijn tweede vrouw worden verbannen.

Hagar en Ismaël belanden in de woestijn. Ze krijgen eten en water mee, maar dat raakt op. Ze krijgen honger, en dorst, zo’n vreselijke dorst. Ismaël is op sterven na dood en alle hoop lijkt verdwenen.

Dan is daar Gabriël, een engel. Hij creëert de waterbron Zamzam en Hagar en Ismaël overleven.

Het offer
Het wegsturen van zijn eigen zoon deed pijn. Maar het onwrikbare geloof van Abraham/Ibrahim in God maakte dat hij toch Gods woord volgde. Hij doorstond deze beproeving – glansrijk. Maar God was nog niet klaar met de aartsvader. Abraham/Ibrahim had trouw getoond, Abraham/Ibrahim was loyaal en sterk. Toch wilde God hem onderwerpen aan nog een test. De ultieme test.

God draagt Abraham/Ibrahim op zijn zoon Izaäk te offeren. Hij moet hem meenemen naar de woestijn,  vastbinden en met een mes zijn keel doorsnijden. Abraham/Ibrahim gehoorzaamt God en neemt Izaäk mee naar Moria, de berg waar het offer moet worden gebracht.

Aangekomen bij Moria, begint Abraham/Ibrahim met het bouwen van het altaar voor het offer. Op het altaar legt hij hout – het hout dat Izaäk dagenlang zelf door de woestijn had gedragen. Izaäk wordt door zijn vader vastgebonden op het hout, klaar om geofferd te worden.

Abraham/Ibrahim gaat zijn eigen zoon vermoorden, in de naam van God.

Twijfelde hij? Had hij moeten twijfelen?

Met het mes op Izaäks keel, klaar om hem te doden, hoort Abraham/Ibrahim een stem. Een engel spreekt tot Abraham/Ibrahim. Hij vertelt dat hij de enige zoon die hij nog heeft niet écht hoef te doden. Dat alleen de intentie om dat te doen, de gehoorzaamheid, de trouw – zijn geloof in God – voldoende is.

Hiermee heeft Abraham/Ibrahim ook deze test, de ultieme test, doorstaan. Hij offert een lam in plaats van zijn zoon.

Izaäk leeft.

Wie is de zoon van de belofte?
Ismaël leeft. En, Izaäk leeft. Maar: welke zoon heeft nu het recht op het land? Op de vele nakomelingen? Wie is de echte zoon, de echte nazaat; welke zoon telt het meest? Welke man, Ismaël of Izaäk, gaat de geschiedenisboeken in?

Abraham/Ibrahim verraadde immers beide zonen. Hij worstelt met zijn loyaliteit, want hij houdt van beide evenveel, maar laat ze ook alle twee in de steek. Al is het in de naam van God. Er is verwarring over wie nu de zoon van de belofte is.

En misschien is het juist die verwarring, die ook vandaag nog verder leeft.

Met de keuzes die Abraham/Ibrahim maakte, dreef hij zijn zonen uiteen. Hiermee heeft hij één wereld in tweeën gesplitst. Ismaël zou de meeste rechten hebben, want hij is de eerstgeborene. Maar, Izaäk is geboren met de hulp van God. Ismaël is verbannen. Izaäk verraden.

De broers brachten grote offers, door de keuzes die Abraham/Ibrahim maakte.

Wie is de echte stamvader? 
In de islam wordt Ismaël gezien als de stamvader van de moslims. Ismaël leefde voort in de woestijn en werd een krijger; volgens sommigen de beste. Hij werd een profeet en wordt gezien als de voorvader van profeet Mohammed. Daarmee heeft Abraham/Ibrahim een grote rol van betekenis in de Koran, hij is immers de vader van Ismaël. En Ismaël is de enige echte erfgenaam.

In het jodendom wordt juist Izaäk beschouwd als profeet. Hij is de stamvader van de joden, van het volk Israël. Als vader van Izaäk, is Abraham/Ibrahim dus van groot belang. En Izaäk is de enige echte erfgenaam.

In het christendom is Jezus een nazaat van Izaäk. Als vader van Izaäk, is Abraham/Ibrahim dus van groot belang. En Izaäk is de enige echte erfgenaam.

En wie de echte erfgenaam is, kent de echte God.

Wat, als?
Ismaël en Izaäk komen in dit verhaal niet meer op goede voet met elkaar. Rivaliteit en jaloezie zijn te veel aanwezig in hun leven. Het verraad en het verdriet zijn levensgroot. De kloof tussen de twee broers, is dezelfde kloof die we nu zien tussen verschillende religies.

Een vader. Twee zoons. Twee moeders. Een beloofd land. Opdrachten en keuzes. Abraham/Ibrahim werd beroemd om zijn devotie aan God, en schrijft daarbij wel erg veel geschiedenis.

Wat als hij anders had gekozen? Wat als iemand anders, Sarah of Hagar, dezelfde opdrachten had gekregen? Wat als er geen verraad was geweest? Hoe had onze wereld er dan uitgezien? Wat als Abraham/Ibrahim had getwijfeld? Of minder trouw en blind had geloofd? Wat als hij had geweigerd?

Abraham/Ibrahim moest wel. Of had hij ook nee kunnen zeggen tegen God? Is God belangrijker dan je kinderen? Had Abraham/Ibrahim niet beter een goede vader kunnen zijn? Of is een goede vader een vader die niet twijfelt aan zijn geloof?