Enfant terrible: Tatyana Kushta, poetsvrouw en stadsgids

Ik ben niet op de wereld gekomen om te eten en te slapen. Wel om te geven en daardoor te krijgen. Het zit in mijn genen, door mijn Oekraïense jeugdjaren.

We moeten allemaal zorgen voor de samenleving van morgen. Als jongetjes op mijn weg naar huis, bij de Basiliek, in de Jubelfeestlaan proberen om mijn gsm af te pakken, dan denk ik aan wat er fout loopt in hun opvoeding. Ze zouden moeten beseffen dat zij de maatschappij van morgen zijn, dat zij een verantwoordelijkheid hebben. Ze maken de toekomst uit.

Dat besef heb ik geërfd door mijn pedagogische ervaring, in Khmelnytskyi, op 280 kilometer van Kiev, waar ik vandaan kom. Ik ben een dochter van de Sovjetstaten. De maatschappij komt eerst, nog voor onszelf.
 
Tot in 1993 was ik lerares Engels. Na de val van de Muur wilde de familie van mijn man, die tweehonderd jaar eerder uit Duitsland naar Kazachstan was geëmigreerd, zich herenigen in Duitsland. Daar hadden ze recht op, maar de pers omschreef die nieuwe Duitse burgers als ‘landverraders’. De keuze of we alles zouden achterlaten in Oekraïne kwelde ons hart. Ons huis, ons stabiel inkomen, ons werk - ik lerares, hij vakbondsafgevaardigde -, mijn familie, mijn staatsvoordelen van gratis verwarming, elektriciteit, ... Het zou van nul herbeginnen worden, als na een woningbrand. Mijn man kreeg als nieuwe burger geen kans om Duits te leren in Duitsland. Gelukkig heb ik een talenknobbel: Oekraïens, Russisch, Engels, Frans, Nederlands, Duits, … Ik studeer nog altijd. Je lichaam kan je in conditie houden met sporten, maar voor hersentraining leer je best talen. Na een jaar Duitsland, belandden we dankzij vrienden in België: Brussel voelt aan als mijn thuis.

Volgend jaar zijn mijn man en ik veertig jaar samen. We hebben een zoon van 38 die een Russisch restaurant uitbaat in het zuiden van het land, en een thuiswonende zoon van 23 die informatica studeert. Hoe gelukkiger kan ik nog zijn? In Molenbeek ben ik op mijn gemak. Ik betaal er mijn appartement af. In Blankenberge betaal ik een huis af, voor later. Van mijn Oekraïens pensioen, sinds mijn 55 jaar, kan ik rijkelijk op vakantie. Genieten is onze ziel verrijken, opdat je meer kunt delen met de anderen.

Vroeger moest ik binnen de lijntjes van de communistische ideologie passen, nu kan ik eigen initiatieven nemen. Ik raakte als poetsvrouw aan de slag in hotel Forum (Ma Campagne). Toen een Spaanse groep het hotel inkocht, werd ik samen met heel wat andere personeelsleden ontslagen.

Spaanssprekenden en latino’s vervingen ons. Sinds dertien jaar poets ik in KVS, samen met mijn man. Ik mis er geen enkele kans om iets bij te leren. Peeping Tom en Ultima Vez van Wim Vandekeybus zag ik veel repeteren. Als de studio opgeruimd is, doe ik hun oefeningen na. Hun lenigheid dreef me om te gaan fitnessen, thuis op sporttoestellen te oefenen en pilates te volgen (Tatyana doet een bijna volledige grand écart, red.).

Alle gezelschappen in KVS motiveren me enorm tot nieuwe dingen. Jaren volgde ik overal workshops in de stad. Dit seizoen wil ik een Jacques Brel-avond organiseren in KVS. Ook het erfgoed dat Brussel rijk is, boeit me enorm. Als ik op het Katelijneplein ben en ik sluit de ogen, denk ik aan Van Gogh die hier liep, of aan de middeleeuwse lakennijverheid, waarvan Brussel rijk werd. Ik gids met andere mensen van vreemde origine (Federatie van Marokkaanse en Mondiale Democratische Organisaties) over Brussel, voor verenigingen als Vormingplus, Citizen, Broodje Brussel, De Lijsterbes, gemeenschapscentra, zelfs ‘proefwandelingen’ voor ambtenaren van de Vlaamse overheid die hun hoofdstad willen ontdekken. Elke vierkante meter van deze stad heeft iets belangrijks te vertellen. KVS kwam er niet zonder meer dan vijftig jaar strijd voor een Nederlands toneelhuis. Hoe meer ik over de stad leer, hoe meer ik besef dat ze sinds 2000 Culturele Hoofdstad blijft.

 

geschreven door JEAN-MARIE BINST voor BRUZZ