Een samenleving in zuurstofnood

Naar aanleiding van het ontslag van Rachida Lamrabet bij Unia, kruipt Michael De Cock in zijn pen en schrijft een opiniestuk voor De Standaard.

Rachida Lamrabet is ontslagen bij Unia (DS 3 april) , enkele weken na haar interview in Knack. De aanleiding van dat interview? Een tekst die ze schreef op vraag van het Goethe-instituut en KVS. Daarin maakt ze een razend interessante denkoefening. Ze doet de individuele vrijheid van een vrouw in boerka, die het recht opeist haar lichaam te bedekken, botsen met de dominante opinie over wat vrijheid en onderdrukking is.

Toen ik de tekst onder ogen kreeg, een paar maanden geleden, wist ik dat hij even uitdagend als choquerend was. Intussen stond de film gebaseerd op haar scenario al een paar weken online. Tot het interview in Knack was er geen vuiltje aan de lucht. Daarin stelt Lamrabet uitdrukkelijk in eigen naam te spreken. Bovendien, en eigenlijk nog belangrijker, zegt ze niet voor de boerka te zijn, maar ook niet voor een verbod. Herlees: ze is niet voor de boerka, ze is niet voor het verbod. Het punt is dat voor Lamrabet niet echt de boerka, of welk kledingstuk dan ook, het probleem is, maar de onderdrukking van de vrouw. Dat is precies wat ze wilde aankaarten in een monoloog waarin ze een personage woorden geeft.

Spoiler alert: in de kunst, in de literatuur zijn de woorden van een personage niet altijd direct, of één op één, te herleiden tot de mening van de auteur. Wat auteur Rachida Lamrabet in haar tekst aankaart, is razend actueel: dat de strijd om de vrijheid in het Vrije Westen wel ­vaker wordt gestreden met het ‘vrouwen­lichaam’ als inzet. Om kort te gaan: vanuit een bijna obsessionele bevrijdingsdrang van de moslima wil de dominante bevolkingsgroep (veelal witte mannen) maar al te vaak beslissen over hoe vrouwen zich moeten kleden – of niet kleden. Met als ultieme paradox het beeld van de gewapende politiemannen die een verschrikte vrouw in boerkini van een zomers strand verwijderden.

Publieke lynch

Dat Lamrabet met haar werk een pijnpunt heeft geraakt, blijkt uit de storm die volgde. Nog voor velen het interview, laat staan haar tekst, goed gelezen hadden, eisten ze al haar ontslag. Stellingnames in de kunst die tegen het algemeen geldende ­gedachtegoed ingaan, zijn van alle tijden. Meer nog: de bakens verzetten, tot nadenken aanzetten is een van de belangrijkste taken van de kunstenaar. Opvallende vaststelling: waar vijftig jaar geleden een blote borst van een Madonna of vrijzinnige kunstenaars die de spot dreven met Christus nog opschudding veroorzaakten, is het vandaag simpelweg (begrip voor) de hoofddoek die de vrijzinnige kerk de kast opjaagt. Een paar jaar terug kreeg Fikry El Azzouzi het aan de stok met de jury van de Arkprijs voor het Vrije Woord, toen hij zijn speech aan de vrouwen van Boeh (Baas Over Eigen Hoofd) wilde geven.

Lamrabet werkt al meer dan tien jaar als juriste voor Unia. Waarom zou haar expertise plots in het gedrang komen? Waar heeft zij haar werkgever aangevallen of gezegd dat ze de wet niet zou naleven? Liever dan goed te lezen en te proberen begrijpen wat ze wil aankaarten, koos men voor hysterie en de publieke lynch. Het procedé is daarbij altijd hetzelfde, mensen worden geïsoleerd, dan fouten en niet-functioneren aangewreven, tot ontslag onvermijdelijk wordt. We kijken er niet eens meer van op. De mensen van het Goethe-instituut in Washington, samen met KVS opdracht­gever voor de tekst, reageerden hoogst verbaasd op de heisa die ontstaan was rond Lamrabets tekst en namen haar verdediging en die van de vrije meningsuiting op.

De mute-knop

Natuurlijk gaat het niet alleen om Lamrabet. We kunnen het niet meer, op een volwassen manier van mening verschillen. Het is niet alleen iets om diepbedroefd bij te worden, het is een slechte zaak voor onze maatschappij. Het schreeuwerige populisme haalt het van goed luisteren naar elkaar. En kunst en het maatschappelijke debat zijn veel meer waard dan een tweet, die niet om inhoud gaat maar als enige doel heeft mensen te beschadigen. Collega Gerardo Salinas, stadsdramaturg in KVS, vatte het als volgt samen: ‘Youssef, Dyab, Alona, … en nu Rachida, zoek de grootste gemene deler.’

Dat de weg naar een inclusieve maatschappij niet van een leien dakje zou lopen, was te voorspellen. Maar dat hij hand in hand zou gaan met het systematisch uitsluiten van dissonante en vaak gekleurde stemmen is problematisch. Alsof met de mute-knop ook het probleem en de mening verdwenen is. Net het tegendeel is waar. Het effect op korte termijn is een ernstige verschraling van het debat. De schade op langere termijn is niet eens in te schatten.

En ik ken ze wel, alle redelijke argumenten: dat de timing niet goed zat, dat het niet het eerste conflict was, dat de werkgever al problemen had, … Het zijn bekende deuntjes. De beste kabinetten en overheidsdiensten, maar ook ondernemingen en organisaties, sluiten expertise, zeker als die niet voor de hand ligt, niet uit, maar in. Net omdat we zulke stemmen zo erg nodig hebben. Zij geven zuurstof aan het debat en vertegenwoordigen meningen die te vaak en te lang onder de radar blijven.

Van het diep te betreuren ontslag van Rachida Lamrabet wordt niemand beter. Unia niet, de politiek niet. Zelfs niet zij die, de tijd van een tweet, menen heel even het grote gelijk aan hun kant te hebben. Een samenleving die niet bij machte is om op een volwassen manier de kritische stem een plek te geven, is in zuurstofnood, en in bedenkelijke staat. En een echt en eerlijk integratiedebat zal van allen meer moed vergen. Ook al brengt dat meningen mee die niet iedereen goed uitkomen.