"In de schemerzone van de wereldpolitiek ploeteren de mensen die geen stem krijgen."

David Van Reybrouck schreef een theatermonoloog over de Belgische para’s die 25 jaar geleden de vrede moesten afdwingen in Somalië, maar zich zelf aan brutaal geweld te buiten gingen. ‘Het opschorten van oordelen is een heel morele daad in een wereld die over alles en iedereen instantvonnissen klaar heeft.’ Gie Goris maakte voor MO* dit interview.

‘Negen jaar na hun internationaal bejubelde theaterhit Missie gaan auteur David Van Reybrouck, acteur en theatermaker Bruno Vanden Broecke en regisseur Raven Ruëll opnieuw samen aan de slag voor de nieuwe KVS-productie Para’, klonk het vorige week in een persmededeling van de Koninklijk Vlaamse Schouwburg.

David Van Reybrouck dook in een vergeten brok recente geschiedenis, de grootschalige Belgische militaire interventie in Somalië in 1992-93. De voorbije twee jaar doorploegde Van Reybrouck archieven en publicaties en interviewde hij paracommando’s die deelnamen aan deze missie, zowel officieren als gewone soldaten.

Para wordt aanklacht noch lofzang, maar onderzoekt de complexe tragiek van “internationale vredesoperaties”. Een verhaal over idealisme en onvermogen, over nobele doelstellingen en smerige praktijken’, besluit het persbericht. Reden genoeg voor MO* om David Van Reybrouck te vragen waarom hij zowel in Missie als in Para de getroubleerde verhouding tussen Europa en Afrika benadert vanuit het gezichtspunt van de Belg.

David Van Reybrouck: Wat ik probeer te doen, is mensen die zelden of nooit aan bod komen een stem te verlenen. Dat gold voor de missionaris, waarover alleen nog clichés de ronde deden, en dat geldt zeker voor de paracommando. Het nadeel is dat de eigen Afrikaanse kijk en beleving van die geschiedenis niet centraal staat, zoals dat wel het geval was in het boek Congo. Een geschiedenis. Maar deze theatermonologen richten de schijnwerpers op blanken die ook nooit gehoord worden.’

De tekst is, met andere woorden, niet een weergave van “het westerse perspectief”, maar een individueel verhaal van iemand die helemaal niet meeschrijft aan dat westerse perspectief, al wordt hij wel ingezet in het grotere verhaal?
David Van Reybrouck: Ik wil begrijpen wat dat is, dat westerse perspectief. Dat is natuurlijk gelaagd en divers. In het geval van de paracommando’s gaat het over jongemannen die niet voorbereid waren op de opdracht die ze kregen. Ze zaten plots voor vier maanden in het midden van een uiterst complex conflict in de Hoorn van Afrika, waarin uitzichtloze verveling, latent racisme en acuut geweld resulteerden in daden waarvan sommigen zich tot vandaag afvragen hoe ze hen hebben kunnen stellen. 

Je baseert de tekst grotendeels op interviews met betrokken militairen.
David Van Reybrouck: Ik interviewde een tiental militairen. Dat is niet echt veel, maar het gaf wel de kans om een paar mensen langdurig en bij herhaling te spreken. Dat resulteerde in een vertrouwensband die je niet krijgt als je iemand een halfuurtje interviewt. Op een bepaald moment kreeg ik van een van hen een externe harde schijf met daarop al de filmpjes uit die periode, met vierhonderd brieven die hij met zijn lief uitwisselde –ongecensureerd.

En daarin zie je echt wat er met iemand gebeurt die vier maanden op een ellendige missie zit in Somalië. Hoe een vaag idealisme ontaardt in het platste racisme en in handelingen die onaanvaardbaar zijn. En hoe daaruit weer wroeging ontstaat. Zoals een van de para’s mij zei: wij dachten dat wij de Beverpatrouille waren, de ridders op een wit paard, maar toen stootten wij op die chaos daar, en op ons gedrag.

Levert dat ook zelfreflectie op, of wordt de verantwoordelijkheid voor sommige onuitsprekelijke daden toch snel op de harde omstandigheden of de onmogelijke opdracht gestoken?
David Van Reybrouck: Sommigen zitten daar helemaal niet mee, en leven met de simpele uitleg dat “het er toen zo aan toe ging, punt”. Anderen stellen zichzelf in vraag. Hun eigen menszijn, maar ook natuurlijk de opdracht, de omstandigheden, het soort opleiding dat paracommando’s kregen en die hen diepgaand ontmenselijkt heeft. Het tragische personage dat de theatertekst schraagt, worstelt met gewetenswroeging, met een conflict dat hij niet opgelost krijgt, zoals in elke Griekse tragedie.

Dat levert een veel boeiender verhaal op dan Black Hawk Down, de film waarin de stunteligste en mislukte militaire operatie van de VS in Somalië opgetild wordt tot een heldenepos. Maar het is ook geen eenzijdige aanklacht. Waarom zou ik herhalen wat 25 jaar geleden al in Humo is verschenen? Natuurlijk draait mijn stuk rond het thema van de morele ontsporing, maar dat is niet het eindpunt van het verhaal. Ik toon de geschiedenis ervoor en erna. Die zien we al te vaak over het hoofd, terwijl die net essentieel is om iets te leren.

Het vreemde is dat die hele Belgische operatie in Somalië sindsdien volkomen over het hoofd gezien wordt. Ik ken geen enkel doctoraat dat daarover gaat, geen roman of film die erover gemaakt is. Dat heeft misschien te maken met het feit dat de Belgische militairen geen helden of slachtoffers waren.

In militaire zin was de operatie een bescheiden succes –ook al verdween dat meteen nadat de troepen er vertrokken, maar de excessen van de para’s hebben dat succes in de schaduw gesteld, waardoor ook de legerleiding er liever het zwijgen toe deed.

Maar de ongemakkelijke vraag is: zou de missie ook het militaire succes gekend hebben zonder de brutaliteiten die bedreven werden? Kan je, met andere woorden, op een fatsoenlijke manier oorlog voeren?

En het antwoord is?
David Van Reybrouck: Ken jij een goed voorbeeld van een militaire ontplooiing waarbij geen wantoestanden plaatsvonden? Ten minste, als de interventie zich niet beperkt tot luchtaanvallen, zoals in Kosovo.

Het probleem ontstaat bij de rekrutering en de opleiding van de militairen, zeker in de Koude-Oorlogtijden waarin de para’s die in Somalië hun opleiding kregen. In wezen was dat een aanpak die de menselijkheid van de para’s wou breken en afbreken, om ze daarna te vervangen door onderlinge kameraadschap en vechtlust.

De erkenning van je medesoldaten vervangt de erkenning van de menselijkheid van de anderen. Ze worden tegelijk vernederd én opgefokt, het is dan ook niet verwonderlijk dat daar ongevallen van komen.

Dat is het persoonlijke, individuele niveau. Zijn er ook vragen van meer geopolitieke aard?
David Van Reybrouck: Jazeker. Hoewel het stuk in wezen draait om de geopolitiek van het geweten, krijg ik veel vragen over de politieke en militaire besluiten van toen. Was het goed dat de VN naar Somalië trok? Ja, er dreigde een humanitaire catastrofe. Was het goed dat België daaraan meedeed? Ja, ons leger had ervaring opgedaan met noodhulp in de Sahel.

Was de Belgische missie succesvol? Ja, op een jaar tijd hebben ze daar een gebied zo groot als Nederland waar een hevige clanoorlog woedde, kunnen beveiligen. Waren er wantoestanden? Ja, gaande van alledaags racisme tot zeer ernstige schendingen van de Conventie van Genève. Was het succes te danken aan die schendingen?

Wel, we weten niet hoe frequent en hoe bepalend ze waren. Het succes kwam wellicht meer door de verstandige keuzes van de legerleiding om voor overleg te kiezen, met tolken te werken en vooral niet de Rambo uit te hangen zoals de Amerikanen. Was het werk van de Belgen duurzaam? Totaal niet. Een week na hun vertrek, toen de Indiërs het overnamen, zat het spel terug op de wagen. Was de rest van die VN-missie een succes? Allesbehalve: we zijn een kwarteeuw later en Somalië is nog altijd in oorlog, terwijl de wereld er niet meer naar omkijkt.
 
Toen was er wel nog eensgezinde, mondiale betrokkenheid, hé. Vergelijk dat eens met onze verdeeldheid in Syrië vandaag, en onze apathie jegens Congo. Maar simpel is het nooit. Wat is dat eigenlijk een peace enforment operation, een operatie waarmee de vrede verplicht opgelegd wordt? Na de val van de Muur ontstond er een nieuwe wereld, waarin ook een land als België zich wat meer idealistisch ging opstellen en honderden para’s naar Somalië stuurde, een land waarmee België niets te maken had, waar het geen grote economische belangen te verdedigen had, om een tweede Ethiopië te voorkomen. Dat was in elk geval de framing die toen gehanteerd werd, en ik denk dat die in grote mate authentiek was.
 
De politieke chaos in Somalië was in feite het product van de Koude Oorlog en het cliëntelisme dat daarmee samenhing.
David Van Reybrouck: Dat klopt, en dat was niet alleen in Somalië het geval. Bijna elk Afrikaans land werd gesteund door een van de partijen in de Koude Oorlog, en daarbij gedoogden zowel het Westen als het Oostblok Afrikaanse dictators. Die gingen bijna allemaal aan het wankelen toen de Koude Oorlog ophield. In die zin kan je de democratiseringsgolf van die jaren ook zien als een soort imperialistisch diktaat vanuit het Westen: ‘En nu allemaal naar het stemhokje!’.

Maar ik denk dat de bezorgdheid om een nieuwe massale hongersnood in de Hoorn ook echt meespeelde. 
 
Para is uiteindelijk niet zozeer een evaluatie van de geopolitiek van de vroege jaren negentig. Het is veel meer een oefening in empathie. Is het mogelijk om een toeschouwer mededogen te laten voelen voor een personage dat hij of zij heel problematisch vindt? Kan je hem meenemen zodat hij zich de vraag stelt of hij –in dezelfde omstandigheden- misschien ook tot dezelfde excessen gekomen zou zijn? Hoe gaan we om met mensen die spijt hebben van hun wangedrag een half leven geleden?

Die vraag kan je in heel veel verschillende omstandigheden stellen. Waarom koos je voor Restore Hope in Somalië?
David Van Reybrouck: Ik was zo oud als de para’s die toen ingezet werden, 21. De beelden van het misbruik, met het kind dat klaarblijkelijk boven het braadvuur gehouden werd, of de para’s die pisten op een Somaliër, hebben me toen enorm geraakt. Ik ben die nooit meer kwijtgeraakt, al spreekt niemand er nog over.

Net als over de kolonisering van Congo, daar spreekt men in België ook niet over.
David Van Reybrouck: Dat is toch echt veranderd, vind ik. Tervuren wordt omgebouwd, schoolboeken worden herschreven, langzaam groeit het historisch besef. Het blijft een ongemakkelijk gesprek met ons verleden, maar Nederland erkent nog véél moeilijker zijn gewelddadige verleden in Indonesië. Landen zijn heel goed in het herinneren van hun heldhaftige overwinningen, of hun nederlagen –kijk maar naar de nationale feestdagen. Maar ambivalente periodes waarop je niet echt trots kunt zijn, maar ook het slachtofferschap niet kan cultiveren, die verdwijnen in de vergeetput van het verleden. Of ten minste: dat probeert men. 

Maar het is zoals Luc Huyse al schreef: alles gaat voorbij, behalve het verleden. Een aantal para’s die in Somalië gezeten hebben, heeft intussen zelfmoord gepleegd. Voor hen ging dat verleden en het eigen, bezwaarde geweten nooit meer voorbij.
 
De samenleving als geheel zou moeten begaan zijn met dat stukje nationale verleden, want het is niet alleen een zaak van individuele para’s. Maar we voelen ons niet thuis in het schemergebied. We willen het schemer oplossen door er ofwel een dag of een nacht van te maken.

Schemerzones of ruimte voor nuance zijn vandaag nog zeldzamer, omdat er op sociale media geen plaats voor is?
David Van Reybrouck: Absoluut. We zijn vandaag bijna net zo opgefokt als de para’s van de jaren negentig. Alles is zwart-wit, en dat vanaf de eerste seconde. Dylan krijgt de Nobelprijs? Binnen de nanoseconde zijn er twee kampen. Magnette twijfelt over Ceta? Een digitale stellingenoorlog breekt los. Calais wordt ontruimd? Twee onverzettelijke kampen staan tegenover elkaar. Bruno zei het letterlijk zo tijdens de eerste repetitie: ‘De schemergebieden zijn verdwenen.’

Theater is dan een van die zeldzame plekken waar het wel nog mag schemeren. Als ik een geschiedenisboek over deze operatie zou schrijven, dan zou ik proberen een geopolitieke balans op te maken. Maar theater geeft de kans heel dicht op de psychische realiteit te komen zonder dat je er meteen een vonnis over moet vellen.

En dat uitstel van vonnis is een heel morele daad in een wereld die over alles en iedereen instantvonnissen klaar heeft.

Het vonnis opschorten en empathie betrachten zijn prachtige doelstellingen, maar speel je zo toch niet in op de trend om alles te depolitiseren? Kan het individuele verhaal van een gewone para bestaan zonder het grotere verhaal van westers interventionisme?
David Van Reybrouck: Een theaterstuk doet iets anders dan een nummer van MO*, hé (lacht)! Mijn politieke evaluatie heb ik je gegeven, maar Para gaat in eerste instantie over het geknaag vanbinnen. Dat persoonlijke is ook politiek, net zoals alle politiek altijd persoonlijk is.

Ik hoop dat deze voorstelling de paradoxen van die periode weer zichtbaar maakt. Ik hoop dat er ooit een groot boek mag over verschijnen. Ik hoop dat deze voorstelling geen opstap is naar depolitisering, maar naar een rehumanisering van figuren die we enkel schetsmatig voorstellen. Mededogen is geen non-politiek, maar wijze politiek.

 

Info & tickets

Brussels