De plankenbenen van Bruno Vanden Broecke

Twee monologen van de hand van David Van Reybrouck en een vergeten toneeltekst van Hugo Claus. Alle drie, op hun manier, toneelklassiekers. Alle drie met Bruno Vanden Broecke. Nee, naast hem kan u volgend seizoen niet kijken in KVS.

Exact tien jaar geleden werd Missie gecreëerd en je speelt het nog altijd. Je zegt weleens dat je het tot je pensioen wil spelen. Waarom?
Dat heeft natuurlijk veel met de tekst te maken. Missie is zo’n universele tekst, die gaat over engagement en keuzes maken. Heel veel mensen herkennen zich daarin. Ik ook trouwens. Waarom heb ik die of die keuzes gemaakt? En was dat wel juist? Die vraag wordt gesteld in Missie. Het is een vraag die iedereen herkent en precies daarin schuilt de schoonheid van de tekst. Het is een verrijking voor mezelf dat verhaal te mogen blijven vertellen en al spelenderwijs af te toetsen aan mijn eigen leven. Er is ook zoveel bij mezelf gebeurd op al die tijd. Heel veel zinnen klinken anders dan tien jaar geleden, precies omdat mijn leven veranderd is. Het is als rode wijn die beter wordt. Met deze tekst wil ik graag oud worden.

Herinner je je nog hoe de creatie tot stand kwam? Hing er van bij het begin magie in de lucht?
Bij de creatie weet je nooit waar iets naartoe gaat. Maar ik herinner me wel dat het even stil was na de eerste lezing. Regisseur Raven Ruëll zat rond de tafel, vormgever Leo De Nys, David Van Reybrouck natuurlijk en dramaturg Ivo Kuyl. Ik heb die middag tegen David gezegd: “Binnen twee weken ken ik heel de tekst.” Hij moest erom lachen, maar twee weken later heb ik inderdaad voor Raven en David de tekst voor het eerst gedaan. Het viel buiten wat ik eerder deed. Het is theater, fictie dus, maar je vertelt wel een leven. En dat is toch heel bijzonder. We voelden dat we iets krachtigs in handen hadden.

Is de voorstelling erg veranderd?
Ze beweegt toch ja. Zoals elke voorstelling. Zo was ze na een paar jaren wel twintig minuten langer geworden. Soms werd de pater een beetje te breedvoerig. (Lacht) En er ontstaan natuurlijk dingen ... Je kent de visjes die je uitwerpt en hoe je ze kan ophalen tegen het einde. Ook elke taal is extreem anders. In het Duits is het een heel ander gevoel, omdat Duits meer woorden nodig heeft dan bijvoorbeeld Frans. Daardoor verschuift ook de spanningsboog. Elke voorstelling heeft een concentratiedip, een zak om het in theaterjargon te zeggen. Een publiek kan niet de hele tijd op het puntje van de stoel zitten. Je moet weten waar die dip zit, en de kunst is jezelf en het publiek daar doorheen te loodsen, zonder dat ze het merken.

Hoe groot was de druk toen jullie vorig jaar Para maakten?
Zelfde kleermaker, zelfde stof, andere broek. Kaki broek, geen habijt. Maar het was een gevoel van thuiskomen. Zo fijn. De verwachtingen waren wel hoog, maar hoe fijn om die ploeg weer te vinden. Het is geen vrijblijvend stuk hé. Je weet dat je een deel van de bevolking een stem kunt geven. Dat is zo fijn aan het werk van David: in de plooien van de geschiedenis duiken, om dan, vanuit een historische en humane bekommernis, een vorm van eerherstel te creëren ... Het is zo van deze tijd om eenduidig te zijn, maar veel te gemakkelijk. yheater kan verdiepen én ontroeren.

Hoe was het om voor al die para’s te spelen?
Ik heb tranen in mijn ogen gehad toen Aziz in de zaal zat, want hij hee die dingen meegemaakt. Na de voorstelling kwam hij naar mij toe en hij gaf me zijn wings ... “Jij verdient dat,” zei hij. Heel heftig om die compagnie bij elkaar te zien. Je voelt aan die mannen dat ze heel wat hebben meegemaakt. Ze hebben iets rechtlijnigs. Een rechtlijnigheid die ver van mij staat. Ik ben een lyrisch persoon. Raven en ik hebben niet eens in het leger gezeten. Maar het sceptiscisme dat ze bij aanvang hadden, is overgegaan in dankbaarheid. Ik voelde zoveel dankbaarheid net omdat we niet de makkelijke weg hebben gekozen, het niet larmoyant hebben gemaakt. Dat is helemaal de verdienste van David overigens.

En exact tien jaar na de dood van Hugo Claus hernemen jullie Het leven en de werken van Leopold II. Ook zo’n klassieker.
De creatie van dat stuk is nochtans niet over rozen gegaan. We hebben geworsteld en alle kanten van de tekst onderzocht. Heel veel getwijfeld ook, omdat we er geen vat op kregen. En het duurde te lang. Raven is met lood in zijn schoenen tot bij Claus gegaan om te vragen of we erin mochten schrappen. Claus heeft hem geantwoord: “Je mag schrappen als het beter is dan Claus zelf.” (Lacht) Wat moesten we daarmee? Maar hij is wel komen kijken, Claus, en hij is mee op het podium gekomen om het publiek te groeten.

Heb jij iets met het werk van Claus?
Ik heb Claus via zijn poëzie leren kennen. Als zestienjarige heb ik Heer Everzwijn gelezen. Wat een openbaring. Hij gaat om met de Nederlandse taal zoals ik dat nooit eerder zag. Speels, beeldend, mystiek en vleselijk tegelijk. Hij laat het Nederlands zinderen op een ongeëvenaarde manier. Maar ik moet daar niet te veel over zeggen eigenlijk. Je moet dat gewoon lezen.

Het leven en de werken van Leopold II is niet zijn bekendste werk. Hoe zijn jullie op dat stuk gekomen?
Raven wilde het graag doen. Claus, Congo, het koningshuis ... Er zat gewoon heel veel vlees aan. Maar het speelde zich niet zelf. We hebben écht moeten springen op een bepaald moment. We waren zo bang dat het leeg zou blijven. En dat de personages niet gelaagd zouden zijn. De voorstelling stuitert, net als de tekst, echt alle kanten op. Dat is goed. De spelstijl, soms kolderesk en choleriek, soms realistisch, vertelt veel over het lappendeken dat dit land is. Dat hebben we pas heel laat ontdekt. Op de generale repetitie viel alles samen, maar het heeft echt bloed, zweet en tranen gekost.

Toen jullie Het leven en de werken van Leopold II maakten, waren jullie jonge honden. Vandaag allemaal heren en dames van stand met een stevige carrière.
Wat een groep hé, al die jonge honden ... en François Beukelaers met al zijn kunde en anekdotes. Legendarische repetities waren het. Ik herinner mij een poppenkastspelende Koen De Graeve als Lambriamont. Documentaires waarbij Geert Van Rampelberg in slaap viel. Sarah Van Geel die viool speelde. Het is heerlijk dat we het weer kunnen brengen. Maar ach, carrière ... Wat is dat in ons beroep? Ik moet altijd lachen met dat woord. Een carrière, dat is niks hé. Niets meer dan de optelsom van jaren. Carrière? Het is altijd weer van nul beginnen. De enige winst die er is, zijn al die kilometers op de planken. Het maakt dat je sterkere plankenbenen hebt. Maar het web van een voorstelling moet je altijd opnieuw weven. En dat is zo fragiel, moeilijk, machtig en mooi tegelijk. Wat een beroep toch. Ik voel mij gezegend.