In-betweenism

Een interview met Moya Michael (danser en choreograaf) door Saddie Choua (videokunstenaar)

Het is juli en het is warm. Ik heb een ontmoeting met de Brusselse danser en choreograaf Moya Michael. Ze komt oorspronkelijk uit Zuid-Afrika en kreeg het stempel ‘coloured’. “Mag ik dat wel zeggen?” “Jij mag dat”, antwoordt Moya me. En ze probeert het woord te gebruiken als materiaal om iets mee te maken. Lees verder en je ontdekt waarom.

Je komt oorspronkelijk uit Zuid-Afrika. Hoe komt een danser als jij in Brussel terecht? 

In Zuid-Afrika studeerde ik zowel Afrikaanse als hedendaagse dans. De meeste dansers deden commerciële opdrachten na hun studies, want dat is een gemakkelijke manier om geld te verdienen. Ik wilde mijn lichaam en mijn opleiding op een andere manier gebruiken. Bovendien waren we tijdens de Apartheid in Zuid-Afrika in een constante strijd verwikkeld met de politiek van het land en met het feit dat witte mensen superieur waren.

Na mijn studies voelde ik dat er voor mij als danser geen kansen waren. Er waren immers maar een stuk of twee dansgezelschappen in Johannesburg, en ik wilde weg. Toen kreeg ik de kans om naar P.A.R.T.S., de dansschool van Anne Teresa De Keersmaeker, te gaan, en die heb ik gegrepen. Na drie jaar opleiding ging ik in Londen dansen bij Akram Khan. Daarna ging ik terug naar Brussel om me bij Rosas te voegen. Daar bleef ik enkele jaren, tot ik besliste om te vertrekken. Rosas is een repertoiregezelschap, wat ik heel erg waardeer, maar ik wilde mijn eigen choreografische stijl verkennen. Korte tijd was ik bij Sidi Larbi Cherkaoui en Damien Jalet, maar ik was op zoek naar iets anders.

Uiteindelijk koos je ervoor je eigen weg te volgen.

Ja, om risico’s te nemen, om niet langer een machine te zijn en te vermijden om van het ene gezelschap naar het andere te heulen, van de ene bekende naam naar de andere, mijn hele carrière lang.

Hoe pakte je dat aan?

Stapsgewijs. Een gezelschap is een veilige haven, en veiligheid loslaten vergt moed. Toen werd ik zwanger.

Na zes en een halve maand begon ik te beseffen dat mijn hele leven zou veranderen, zonder bewust te aanvaarden wat er zou gebeuren met mij en mijn leven. Net toen ik eraan begon te wennen, onderging mijn lichaam, dat zo belangrijk voor me was, een grote transformatie. Ik begon op te zwellen en hield vocht vast. Daar was ik niet op voorbereid, ik was bang en volledig overweldigd. Het was echt een moeilijke periode voor me, want ik vond geen aansluiting bij mijn lichaam en het kind erin.

Na de geboorte van mijn kind kreeg ik de vraag om een solo te brengen in Zuid-Afrika. Ik zegde toe, maar moest lang nadenken over wat ik zou doen in de staat waarin ik me bevond; ik had het gevoel dat mijn lichaam me in de steek liet. Uiteindelijk deed ik de solo toch. Toen is mijn relatie met de KVS begonnen, want de toenmalige artistiek directeur Jan Goosssens zag mijn solo en nodigde me uit naar Kinshasa voor het Connexion Kin Festival.

Daar ervaarde ik voor het eerst een afstand tot de andere Afrikaanse artiesten op het festival. Ik besefte dat ik in mijn strijd om een van de beste Afrikaanse dansers van Europa te worden, waar ik met de beste gezelschappen werkte, in feite mijn ‘Afrikaansheid’, mijn roots, was verloren. Omringd door deze indrukwekkende artiesten, bedacht ik dat leven en werken maken in Afrika er echt toe doet. En dat terwijl ik net de westerse kaart aan het spelen was. Ik voelde me een outsider op het festival.

Hoe ging je daarmee om?

Ik sprak er lang over met danser en choreograaf Faustin Linyekula, en zo groeide het idee om samen iets te maken. We beslisten om naar Zuid-Afrika te gaan, waar ik hem rondleidde. Hij wilde weten waar ik vandaan kwam, wie mijn familie was, waar ik opgroeide.

Het Apartheidsregime deelde mensen in gescheiden gemeenschappen op volgens kleur: ‘black’, ‘white’, ‘Indian’, ‘coloured’, ... Een sociale constructie, dat was het. Maar de term ‘coloured’ vond ik altijd arbitrair en abstract. Zelfs op ons originele geboortecertificaat werden we als familie in nog meer vakjes geduwd met verschillende variaties van ‘coloured’. Ik werd bestempeld als ‘Cape-coloured’. Dat is een bepaald type persoon van kleur, eenvoudigweg omdat mijn haar lijkt op dat van de Kaap-Maleiers in Kaapstad. Een van mijn broers kreeg het label ‘other-coloured’, en de andere dat van ‘coloured’. Verwarrend. Het is een willekeurige indeling, een soort van klassensysteem, een tool die het Apartheidsregime gebruikte om controle uit te oefenen. Wanneer je jong en onschuldig bent, denk je dat de dingen nu eenmaal zo zijn, maar bij het ouder worden word je je bewust van het grotere plaatje. Zo ging het bij mij althans.

Identiteit is zo persoonlijk. Ongeacht hoe je naar jezelf kijkt, de wereld ziet je als iemand anders. Dus wanneer een identiteit of een denkbeeld wordt opgelegd, is dat nog moeilijker.

Als kunstenaar kies ik ervoor om al deze dingen en vragen als materiaal te gebruiken. Ik begon te kijken naar mijn huidige identiteit als danser en hoe het vorm had gekregen, hoe het was en hoe het gevoed werd, en hoe die identiteit constant in verandering is.

Ik begon met klassiek ballet. Ik ben echt opgeleid in klassiek ballet, maar ik zag mezelf nooit in tutu op het podium staan. Toch hou ik er van. Het is westers en voor mij was het echt kunst.

Hoe dan ook, niet zo lang geleden begon ik met het bingewatchen van YouTube-balletvideo’s. Hoewel ik heel wat verschillende balletten bekeek, leidde het algoritme me telkens weer naar het Zwanenmeer, en dat is een van de balletten waar ik echt niet van hou. De verschillende versies van de solo van de Zwarte zwaan bleven maar opduiken. Door ernaar te kijken kreeg ik het gevoel “Fuck it, weer zoiets over zwart en wit, ik ga van die zwaan een kleurling maken.” (lacht). 

Voor mij gaan die solo’s over het claimen van wat het is om een persoon van kleur te zijn, van ‘brownness’, om het een plaats en vooral een stem te geven. Dat proces neemt me mee op een persoonlijke reis waarop ik echt wil ontdekken waar ik vandaan kom. Het plaatst me met beide voeten op de grond en doet me kritisch nadenken over mijn lichaam, in het bijzonder mijn bruine, uitvoerende lichaam.

Voor elke Coloured Swan werk je met een andere artiest. Waarom koos je voor die benadering?

Het is een reeks. Ik wilde onder deze noemer solo’s maken van bruine lichamen. Ik wilde werken met verschillende artiesten en verschillende media, in samenwerking. Voor mijn solo Khoiswan nodigde ik Tracey Rose uit. Tracey en ik zijn jeugdvriendinnen, allebei Zuid-Afrikaans maar mensen van kleur. Ik heb veel respect voor haar als artiest. Veel van haar werken gaan over de identiteit van mensen van kleur, en dus zien we heel wat verbanden. In deze solo verkennen we de gemeenschappelijke beelden die getuigen over onze voorouders, over onze geschiedenis en waar we vandaag staan als vrouw van kleur, en specifiek als afstammelingen van de Khoi, de inheemse bevolking van Zuid-Afrika.

Voor de tweede solo Eldorado werk ik samen met David Hernandez, een Amerikaanse danser die in België woont en Cubaanse, Puerto Ricaanse, Spaanse en Schots-Ierse roots heeft. Hij is ook hybride, ook een persoon van kleur. Hij was mijn leraar en is naast een vriend een briljant danser, performer en vakman. Opnieuw neemt het proces ons mee op de persoonlijke reis van een geïmmigreerde artiest die in Brussel woont. We gebruiken zijn gemengde Latijns-Amerikaanse erfenis als een springplank om te spreken over ‘hybridization’, ‘in-betweenism’, ‘mixedness’, ‘colourdness’, ‘brownness’, ... De mythische goudstad Eldorado dient als metafoor voor allerhande zoektochten naar het beloofde land.

Met deze performancereeks Coloured Swans spitten we in de identiteit en het multiculturalisme in de hedendaagse samenleving. Beide stukken zijn multidisciplinaire performances, kruisvormen tussen dans, theater, muziek en beelden, even gemengd als hun makers.

Kun je ons vertellen welke samenwerkingen nog zullen volgen?

Ik ga samenwerken met Oscar Cassamajor en Loucka Fiagan, twee getalenteerde, jonge artiesten uit Brussel. Ik heb hen zien optreden en ken hun artistiek werk. Het is origineel en inspirerend en in overeenstemming met wat ik doe. Dus nodigde ik hen uit om een Zwaan te zijn, en ik kijk erg uit naar onze samenwerking.