Alexander Devriendt over Loopstation

Al enkele jaren lang maak ik met Ontroerend Goed voorstellingen die reflecteren op de patronen die ons dagelijks leven beïnvloeden. In Fight Night is dat ons democratisch stemgedrag, dat ronde na ronde bevraagd wordt. In £¥€$, de cyclische bewegingen van de financiële markten, die onze economische wel- vaart sturen. In Wijven, het schijnbaar onuitroeibare sexisme om ons heen en in A Game of You, de interne processen waaruit onze identiteit ontstaat. Bij elke nieuwe voorstelling wil ik in vraag stellen wat ons leven stuurt. Met Loopstation wil ik stilstaan bij de meest alledaagse en tegelijkertijd meest persoonlijke patronen die ons leven bepalen: onze dagelijkse rituelen. Het idee groeide mede door in literatuur bevestiging te vinden van wat ik zelf in mijn leven al lang ervaar, namelijk dat routines en gewoontes, van ’s ochtends opstaan, over mijn dagelijks herhaalde handelingen tot het slapengaan, een grote rust en voldoening geven. Meer nog, dat die herhaalde patronen in een mensenleven overheersen op de grote gebeurtenissen en veranderingen, die eerder een uitzondering zijn. In fictie blijven onze dagelijkse routines grotendeels onbelicht, omdat ze niet interessant geacht worden. Het verlangen en de noodzaak om een voorstelling te maken het daar wél over heeft, die reflecteert op de mens als zichzelf herhalend ‘loopend’ - wezen, werden er alleen maar sterker door. 

Op 8 november 2017, net voor aanvang van het repetitieproces, sterft mijn vader. Op minder dan een maand tijd zie ik hem veranderen van kerngezond naar dood. Het verlies van mijn vader is onherroepelijk, een ‘loop’ is doorbroken. Alles is verstoord. Ik wil een voorstelling maken over eindeloos weerkerende bewegingen, terwijl ik plots heel hard geconfronteerd word met eindigheid. Ik begrijp heel even niet waarom alles toch verder gaat, waarom de wereld niet stilstaat. De rust en voldoening van het opstaan en door het leven gaan, zijn even niet vanzelfsprekend. En een voorstelling maken over de kleine routines lijkt al helemaal zeer veraf. 

Net zoals iedereen die door een ingrijpende gebeurtenis tot stilstand komt, moet ik het leven hervatten, de draad terug oppikken. Het gaat langzaam, met veel moeite. Geen dagen meer in het ziekenhuis, maar in de repetitieruimte, opnieuw een voorstelling maken. De handelingen lijken vertrouwd maar voelen vreemd en anders. Niets kan nog hetzelfde zijn, mag het ook niet zijn, maar mijzelf terugvinden in de routines die ik heb opgebouwd, de vertrouwde paden die ik voor mijzelf heb aangelegd, werkt troostend. 

En dan, terwijl ik worstel met het onverenigbare van zich herhalende loops en de eindigheid van de dood, komt me een ontmoeting voor de geest. Het was tijdens de laatste nacht van mijn vaders leven. Nadat hij gestorven was, vroeg een verpleegster wat zijn favoriete kleren waren, wat hij het liefst droeg. Het was een zwarte T-shirt met V-hals. Ze zou het hem aantrekken na het wassen. Voor haar was het een ritueel dat ze al ontelbare keren herhaald had, steeds met dezelfde zorg maar ook genoeg afstand om het vol te kunnen houden. Voor mij was het een eenmalige gebeurtenis die in mijn geheugen gegrift staat. Zo komen de twee in mijn hoofd samen: wat voor de ene een ingrijpende gebeurtenis is, maakt voor de andere deel uit van een steeds weerkerende ‘loop’.